Anke Bakker, lijsttrekker Partij voor de Dieren: 'Een huisdier moet erkend worden als gezinslid'
In dit artikel:
Zestien jaar na de intrede in de Amsterdamse gemeenteraad wil de Partij voor de Dieren (PvdD) eindelijk doorbreken: peilingen voorspellen een groei van drie naar mogelijk vijf zetels. Lijsttrekker Anke Bakker (37), die zich verkiesbaar stelt voor een derde termijn, profileert de partij als een actiegerichte kracht met concrete successen achter zich — van het verbod op consumentenvuurwerk en minder ballonnen tot vegetarische gemeentecatering en het tegengaan van bomenkap — maar stelt dat het nu tijd is voor grotere ambities en bestuurlijke invloed.
Centraal in het verkiezingsprogramma staat een aanscherping van het klimaatdoel: Amsterdam klimaatneutraal in 2030 in plaats van 2050. De PvdD legt de nadruk op besparing en woningisolatie, met name bij huizen die nog op gas verwarmen, en wil meer investeren in nascheiding, compostering en circulaire economie om de druk op de AEB-verbrandingsoven te verminderen. Grote energieprojecten die volgens de partij buiten de stad horen — windmolens in woonwijken, biomassa en uitbreiding van het elektriciteitsnet ten behoeve van datacenters — worden kritisch benaderd; waar nodig pleit Bakker voor het uitkopen van datacenters en voor grootschalige inzet op zonnepanelen op daken en in gebied rond Schiphol.
Economisch en ruimtelijk wil de PvdD minder inzetten op massatoerisme, distributiecentra en vervuilende industrie en juist inzetten op “waardevolle banen” in reparatie, sorteren en hergebruik. De partij verzet zich tegen verdere verstedelijking van groen gebieden en pleit voor een “complete stad” met voorzieningen in gebieden als het Westelijk Havengebied, maar erkent dat veel woningbouwvraagstukken op nationaal niveau moeten worden opgelost. Bouwen op landbouwgrond roept terughoudendheid op wanneer het lage, natte polders betreft.
Op sociaal terrein kiest de PvdD een meer terughoudende toon: veel voorstellen overlappen met GroenLinks, SP en PvdA, met nadruk op internationale solidariteit, demonstratierecht en het stoppen van boetes voor daklozen. Dierenwelzijn blijft het uitgangspunt: huisdieren moeten als gezinsleden erkend worden omdat hun toestand signalen over menselijk leed kan geven.
Bakker omschrijft de PvdD als nog altijd activistisch, maar bereid om bestuurlijke rollen te nemen wanneer dat de meeste winst voor dieren, natuur en klimaat oplevert. Tegelijk stelt zij harde prioriteiten: de biomassafabriek moet sluiten en er gelden duidelijke eisen op het vlak van dierenwelzijn — jacht, hengelsport en instellingen als Artis staan op de agenda. De vraag blijft of de partij, gewend te zeggen “nee”, ook bereid is tot de compromissen die besturen vragen.