Anderhalf jaar na het verkoopverbod op tabak zijn de meningen over het effect ervan verdeeld
In dit artikel:
Op 1 juli 2024 verdween in één klap meer dan de helft van ongeveer 10.000 verkoopplaatsen voor tabak in Nederland: supermarkten, horeca en hotels mochten vanaf dat moment geen sigaretten, shag en aanverwante rookwaar meer aanbieden. De maatregel maakt deel uit van het kabinetsstreven naar een ‘rookvrije generatie’ rond 2040.
De angst dat het verbod de detailhandel hard zou treffen — en vooral kleine supermarkten de das om zou doen — is deels uitgekomen maar minder dramatisch dan voorspeld. Een door de overheid eerder berekend worstcasescenario sprak van zo’n 500 supermarkt-sluitingen; het CBS registreerde 175 verdwenen supermarkten tussen 2024 en 2025. Lokale voorbeelden laten wel zien dat het verbod een factor kan zijn bij sluitingen. Tegelijkertijd sloegen sommige supermarktondernemers aan het parallelhandel voeren en openden ze aparte tabakszaken dicht bij hun winkels; Primera’s en tankstations profiteren nog van tabaksverkoop.
De tabaksindustrie en belangenbehartigers als de VSK noemen het verbod contraproductief: rokers stopten niet massaal maar zochten alternatieve kanalen, naar het buitenland of het illegale circuit. De douane ziet een stijging van buitenlandse of illegale sigaretten in ‘pakjesraap’-onderzoeken (van 15 procent in 2021 via 25 procent in 2023 naar 45 procent recent). Ook signaleert de VSK een toename van informele distributie via koeriers en tweedehandsaanbiedingen. Tegelijkertijd toont de NVWA-data dat er tussen 2021 en 2024 juist 656 nieuwe verkooppunten voor tabak bijkwamen, wat de overheid ertoe bracht een registratieplicht voor alle fysieke verkooppunten in te voeren; staatssecretaris Tielen kondigde aan dat die plicht op 1 juli in werking treedt.
Supermarktsector en gezondheidsorganisaties trekken verschillende conclusies. Branchevereniging CBL zegt dat supermarkten de doelstelling van een rookvrije generatie steunen, maar waarschuwt dat de gefaseerde invoering — eerst supermarkten, later tankstations en andere verkooppunten — het speelveld scheef trekt en bestedingen simpelweg verplaatst. Tankstations mogen nog tot 2030 sigaretten blijven verkopen; daarna zouden alleen nog tabakszaken tabak mogen aanbieden. Voor voorstanders zoals de Rookvrije Generatie (Hartstichting, KWF, Longfonds) is het verbod op supermarkten een belangrijke stap: tabak is minder zichtbaar en minder vanzelfsprekend voor jongeren.
Marktconsequenties zijn zichtbaar: tabakswinkels rapporteren stevige omzetstijgingen (ruim 40 procent genoemd), supermarkten zoeken andere inkomstenbronnen zoals non-food, bloemen en gezondheidsproducten, en de discussie over illegale handel en onevenwichtige concurrentie blijft actueel. De balans is daarmee dubbel: gezondheidswinst door verminderde zichtbaarheid van tabak tegenover verplaatsing van verkoop en toenemende handhavingsuitdagingen.