Analyse: Amerikaanse verantwoordelijkheid voor aanval op school in Iran waarschijnlijk
In dit artikel:
Op zaterdag 28 februari werd de zuidelijke Iraanse stad Minab getroffen door een gecoördineerde luchtaanval die zowel een meisjesschool als een aangrenzend militair complex van de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) raakte. Satellietbeelden en geverifieerde videobeelden tonen minstens zes vrijwel gelijktijdige inslagen; een deel van het militaire complex werd volledig verwoest en ook het schoolgebouw werd vernietigd. Iraanse autoriteiten melden tussen de 168 en 175 doden, voornamelijk kinderen; de BBC kon een door Iran gepubliceerde namenlijst met 56 slachtoffers verifiëren waarvan 48 kinderen van zes tot elf jaar.
Beelden laten rookpluimen in het militair terrein zien en resten bij de school die duiden op jonge slachtoffers, wat bevestigt dat de aanvallen deel uitmaakten van dezelfde aanvalsgolf. Historische satellietfoto’s tonen dat het schoolgebouw ooit deel uitmaakte van het militaire complex maar sinds 2016 door een muur gescheiden stond, wat de vraag oproept of verouderde informatie heeft geleid tot het raken van de school. Een deskundige internationaal-humanitair recht benadrukt dat aanvallers altijd de actuele status van doelen moeten verifiëren en alle redelijke voorzorgsmaatregelen moeten nemen om burgers te beschermen; het nalaten daarvan kan een schending van het oorlogsrecht zijn.
Wie de aanval uitvoerde is nog niet definitief vastgesteld. Iran beschuldigt de Verenigde Staten en Israël; beide landen hebben geen formele bekentenis gegeven. Het Pentagon heeft wel bevestigd dat er Amerikaanse luchtaanvallen in het betreffende gebied zijn uitgevoerd en Amerikaanse functionarissen zeggen dat er een onderzoek loopt. Reuters meldt dat Amerikaanse militaire onderzoekers inmiddels waarschijnlijk achten dat de VS verantwoordelijk is, maar er is nog geen definitief oordeel en het onderzoek is niet afgerond. Israëlse woordvoerders ontkennen dat Israëlische strijdkrachten op dat moment in de regio actief waren.
Een door Iran opgelegde internetblackout en beperkte toegang tot het rampgebied bemoeilijken onafhankelijke verificatie van het dodental en de precieze toedracht. De omvangrijke burgerdoden, vooral onder schoolkinderen, en het onduidelijke toezicht op doelwitten vergroten de internationale bezorgdheid over mogelijke schendingen van het internationaal humanitair recht en kunnen leiden tot politieke en juridische gevolgen afhankelijk van de uitkomst van lopende onderzoeken.