Amsterdamse kunstenaars over de ziel van het portret: 'Het liefst raakt de kijker er een beetje door uit het lood geslagen'

dinsdag, 26 mei 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

Een portret is meer dan vastleggen: het bevestigt dat iemand bestaat en ertoe doet, maar kan ook expressie, macht en zichtbaarheid verbeelden. Die veelzijdigheid staat centraal in de 35e Portretbiënnale in Loods 6 (27–31 mei), waar tweeëntwintig leden van het Nederlands Portretschap en elf uitgenodigde gasten uiteenlopende benaderingen van het genre laten zien.

De tentoonstelling benadrukt hoe breed het begrip ‘portret’ kan zijn. Traditioneel draaide portretkunst om herkenbaarheid en status—zeker in de zeventiende eeuw, toen regenten, rijke kooplieden en geestelijken zich lieten afbeelden als bewijs van positie. Kunsthistorica en portretschilder Carla van de Puttelaar wijst op voorbeelden als de serie van Jacob de Wet in Schotland en legt uit dat portretten vaak zijn geretoucheerd om te voldoen aan schoonheidsidealen; ze werden lange tijd vooral gezien als documentatie en niet als hoogwaardig autonoom kunstwerk. Pas na de komst van de fotografie verschoof de waardering: men ging geschilderde en gebeeldhouwde portretten meer beoordelen op expressie en de persoonlijke hand van de maker.

De biënnale wil laten zien dat hedendaagse portretkunst die persoonlijke toets juist opzoekt en fors uiteenlopende vormen aanneemt. De Turkse, in Amsterdam woonachtige schilder Ayşen Kaptanoglu gebruikt woede en verzet als vertrekpunt: haar werk bestaat uit vaak naakte vrouwen die zich losmaken van traditionele verwachtingen en de male gaze ondermijnen. Kaptanoglu schildert weinig realistische, vaak anonieme archetypen—lichaamssuggesties zonder duidelijk gezicht—om thema’s als identiteit, machtsverhoudingen en zichtbaarheid te onderzoeken. Voor haar is naaktheid geen provocatie maar een uitdrukking van vrijheid en het doorbreken van oordelen verbonden aan kleding en uiterlijk.

Vanuit een andere invalshoek werkt Martin Toloku, een Ghanese beeldhouwer en performancekunstenaar. Zijn werk Unbroken bestaat uit twee houten figuren gescheiden door een stenen muur; ze reiken naar elkaar, maar worden door de afscheiding geblokkeerd. Toloku ziet portretteren niet primair als het vangen van uiterlijke gelijkenis, maar als het communiceren van een innerlijk verhaal. Hij hakt rechtstreeks uit hard hout, met zo min mogelijk elektrisch gereedschap, om een rauwe materiële kracht te bewaren die deel uitmaakt van het portret en zijn betekenis. Voor hem ontstaat het beeld in interactie met het materiaal, niet op de tekentafel.

Gemeenschappelijke thema’s in de biënnale zijn vragen van herkenning versus archetype, documentatie versus expressie, en het vermogen van een portret om de kijker te confronteren of te verbinden. Sommige portretten maken het publiek ongemakkelijk—ze kijken terug en kunnen het gevoel geven beoordeeld te worden—terwijl andere werken juist een intieme band scheppen tussen kunstenaar, geportretteerde en toeschouwer. Van de Puttelaar stelt dat sterke portretten een relatie tonen die in meerdere sessies is opgebouwd: dat verschil in betrokkenheid onderscheidt een kunstig portret van een vluchtige foto of selfie.

De tentoonstelling toont daarmee hoe uiteenlopend portretkunst vandaag is: van allegorische, materiële beelden tot kritische schilderijen die sociale normen bevragen. Met werk van zowel gevestigde portretkunstenaars als experimenteler makers wil de Portretbiënnale het genre uit het stereotype van louter documentatie halen en de nadruk leggen op verhaal, emotie en makerstoon. De presentatie in Loods 6 markeert niet alleen het jubileum maar ook de actuele verkenning van wat een portret kan zijn in onze tijd.