Amsterdamse D66-leider hield miljoenen-tegenvaller stil tot na verkiezingen: oppositie eist 'volledige openheid van zaken'
In dit artikel:
Amsterdamse wethouder Melanie van der Horst wist al in februari, vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart, dat de geraamde kosten van de eerste brug over het IJ fors zouden stijgen. In plaats van de eerder begrote 336 miljoen euro zou de Oostbrug volgens nieuwe ramingen 650 tot mogelijk 850 miljoen euro kosten. Die informatie werd vanwege de verkiezingen niet met de gemeenteraad gedeeld, blijkt uit onderzoek van AT5 op basis van een Woo-verzoek.
Van der Horst was destijds verkeerswethouder en D66-lijsttrekker en voerde campagne met de brug als belangrijk succes. Oppositiepartijen zeggen daardoor geen debat te hebben kunnen voeren over de financiële gevolgen, alternatieven en de vraag of kiezers de brug nog zouden steunen. Zij noemen het achterhouden van de informatie schadelijk voor het vertrouwen in het stadsbestuur en eisen volledige opheldering en een grondig onderzoek. VVD-fractievoorzitter Daan Wijnants wil bovendien snel in debat met de D66-wethouders; ook coalitiepartij Pro vraagt uitleg. Alleen VVD en FVD sloten zich niet aan bij het gezamenlijke oppositiestandpunt.
Van der Horst, inmiddels wethouder Economische Zaken, wil niet reageren. Haar partijgenoot en huidige verkeerswethouder Elise Moeskops zegt dat de raming nog niet definitief was. De nieuwe coalitie heeft inmiddels 100 miljoen euro extra gereserveerd, maar het is onzeker of de Vervoerregio Amsterdam de helft van de kosten blijft betalen.
De Oranjezomer: Wilco van Schaik onder de indruk van Tadić: 'De Djokovic van het voetbal!'