Amsterdams woningbouwfonds leeggeplunderd: 'Nul ruimte voor nieuwe plannen'
In dit artikel:
Het Amsterdamse Vereveningsfonds, dat opbrengsten uit winstgevende projecten gebruikt om verliesgevende woningbouw met veel sociale en middenhuur te compenseren, dreigt uitgeput te raken. Volgens recente stukken is de bodem van het fonds bereikt: in het meest gunstige scenario zijn alle reserves binnen tien jaar opgesoupeerd en is er de komende vijftien jaar vrijwel geen ruimte meer voor nieuwe verlieslatende plannen.
De citybrede 40-40-20-opzet — 40% sociale huur, 40% middenhuur en 20% vrije sector bij nieuwbouw — ligt volgens VVD-raadslid Myron von Gerhardt grotendeels aan de situatie. Projecten met veel sociale en middenhuur boeken structureel verlies, waardoor de gemeente steeds afhankelijker is van winstgevende bouw om de gaten te dichten. Dat verdienvermogen neemt af: grote, lucratieve kantoorontwikkelingen die voorheen veel inkomsten genereerden, komen nauwelijks meer van de grond door gebrek aan geschikte locaties en door netcongestie waardoor nieuwe bedrijven moeilijk op het stroomnet kunnen worden aangesloten. Externe risico’s zoals prijsstijgingen door oorlogen vormen een extra bedreiging.
Daarnaast is een deel van het fonds in het verleden voor andere beleidsdoelen ingezet; jaarlijks gaat nog zo’n 12 miljoen euro naar de algemene middelen. Von Gerhardt wijst erop dat stoppen met die onttrekkingen over tien jaar ruim 120 miljoen euro extra voor woningbouw zou opleveren.
Als remedies pleit de VVD voor het afschaffen van het 40-40-20-beleid zodat ontwikkelaars meer koopwoningen kunnen realiseren en de financiële opbrengsten van projecten stijgen. Ook wil de partij dat de gemeente bovenwettelijke eisen aan nieuwbouw laat varen om projecten rendabeler te maken.
Kortom: zonder ingrijpende beleidswijzigingen of nieuwe inkomstenbronnen raakt Amsterdam het instrumentarium kwijt waarmee het sociale en middenhuurprojecten financieel mogelijk maakte, wat de realisatie van betaalbare woningen op korte termijn bedreigt.