'Amsterdam verbeeldt hoe het er in de wereld aan toegaat' - Theodor Holman

woensdag, 1 april 2026 (12:01) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

Theodor Holman beschrijft in zijn column een haast apocalyptisch Amsterdam als metafoor voor een wereld die in clichés is verzand. Met groteske beelden van ratten, maden en overvoede duiven schetst hij een stad vol smerigheid en verval, waarin de bestuurlijke en maatschappelijke orde lijkt weg te smelten. Hij betrekt daar politieke figuren en partijen bij — van burgemeester Femke Halsema en het lokale PRO, tot landelijke polariserende figuren als Wilders, Trump en Poetin — en vraagt zich cynisch af of enige originaliteit of moraal nog over is.

Centraal staat zijn zorg om dreigingen voor vrijheid en democratie. Waar hij vroeger pacifist was, ziet hij nu het belang van verdediging om vrijheden te bewaren, juist omdat hij bang is voor de toekomst van volgende generaties. Zijn scherpste kritiek richt zich op het islamisme: niet de moslims als mensen, aldus Holman, maar het ideologische project dat volgens hem vrijheid ondermijnt en dat zich volgens hem soms met gewelddadige, totalitaire trekken manifesteert. Kritiek daarop wordt volgens hem vaak reflexmatig afgedaan als racisme of fascisme door westerse intellectuelen en sommige Nederlandse moslimintellectuelen.

Daarnaast signaleert hij maatschappelijke problemen als energie- en woontekorten — geïllustreerd door een cynische anekdote van kinderen die willen dat ouders sterven om een huis te bemachtigen — en een politiek landschap waarin partijen elkaar voortdurend van extremisme, opportunisme of antisemitisme beschuldigen. Holman vreest dat de publieke sfeer zo polariseert dat rationele oplossingen moeilijker worden: wederzijds verwijt, tunnelvisie en een cultuur van beschuldigingen zorgen voor blindheid en verharding.

Als remedie pleit hij niet voor vergelding maar voor pragmatische verbinding: handel, onderwijs, cultuur, democratisch proces en echte vrijheid als middelen om haat en wrok te verminderen. Hij erkent dat die paden door velen betwist worden — sancties tegen bepaalde landen, discussies over diversiteit in onderwijs, en geschillen over cultuursubsidies belemmeren consensus — maar behoudt de oproep tot wederzijds voordeel als enige werkelijke uitweg.

De column is zelfbewust ironisch over zijn eigen clichés en eindigt met verwijzing naar Holmans andere werk (SlordigLeven.nl en de podcast Radio Blauwe Hap), waarmee hij zijn kritische, soms bitsige toon voortzet.