'Amsterdam kan met Schiphol niet doen alsof het tegelijk wereldstad, moreel gidsland én buurtcomité is'
In dit artikel:
Rogier van Laar, geboren en getogen Amsterdammer, reageert in een ingezonden brief in Het Parool op een artikel over honderd jaar Amsterdam en Schiphol. Hij verwijt de stad dat zij zich tegelijk als eigenaar, aanklager en morele curator van de luchthaven opstelt, en pleit voor consistentie in houding en verantwoordelijkheid.
Van Laar schetst hoe Amsterdam een eeuw lang actief heeft bijgedragen aan de opkomst van Schiphol: grond kopen, investeren en de luchthaven presenteren als onderdeel van de stedelijke identiteit en economische motor. Nu Schiphol meer wordt geassocieerd met geluidsoverlast, uitstoot en hinder, verschuift de toon naar verzet en klachten. Volgens hem is dat hypocriet: de voordelen van een mondiale stad — internationale bedrijven, toerisme, congressen, expats, studenten en familiebezoek — brengen onvermijdelijk vliegverkeer met zich mee.
Hij wijst er ook op dat Schiphol geen puur Amsterdamse achtertuin is; reizigers komen uit het hele land. Bovendien bekritiseert hij een deel van de stedelijke elite die zelf veel internationaal gaat maar tegelijk krimp eist, vaak ten koste van anderen. Van Laar accepteert dat Schiphol schoner, stiller en beter georganiseerd moet worden — met beperkingen op nachtvluchten en verbeterde arbeidsomstandigheden — maar vindt dat Amsterdam, met ongeveer 20 procent aandeel in de luchthaven, bestuurlijk volwassen moet kiezen: of Schiphol is nationale infrastructuur en de gemeente houdt zich bescheiden, of het is een integraal deel van de stad en men accepteert ook de lasten. Nu combineert Amsterdam beide rollen selectief, wat volgens hem onhoudbaar is.