'Amsterdam heeft bij overlast op straat geen tekort aan maatregelen, maar aan uitvoering'

woensdag, 10 juni 2026 (03:02) - Het Parool

In dit artikel:

Twee recente berichten in Het Parool over gewelddadige winkeldiefstal en De Pijp als toeristisch knelpunt illustreren volgens Jo Horn een bredere terugval in de leefbaarheid van de Amsterdamse binnenstad. Naast zichtbare diefstal en geweld speelt structurele overlast door daklozen, de straathandel in drugs op de Wallen en een groeiende groep jonge asielzoekers zonder verblijfs- of perspectiefssituatie mee. Horn trekt een historisch parallel met de jaren tachtig: terugkeer naar orde kost tijd en vraagt continuïteit in handelen, niet incidentele acties.

De auteur stelt dat zwaardere straffen weinig effect hebben: onderzoek wijst uit dat vooral de pakkans en snelheid van vervolging gedrag beïnvloeden, terwijl langdurige opsluiting alleen zinvol is bij een kleine kern van zware verslaafden. Criminaliteit concentreert zich op enkele plekken en tijden; daarom is zichtbare, langdurige inzet op die hotspots effectiever dan sporadische acties. Succes vraagt herhaalde controles en daarna onaangekondigde prikcontroles om het effect vast te houden.

Horn maakt onderscheid tussen daders: de verslaafde kern behoort tot de zorgketen, niet primair tot de strafketen; jonge daders zijn vaak uitzichtloos—geen status, inkomen of opleiding—en vormen een vruchtbare voedingsbodem voor criminele netwerken die hen als ‘disposables’ inzetten via sociale media. Winkeliers en beveiligers noemen veelal Syrische jongens; door afwijzingen en het ontbreken van reëel terugkeerperspectief ontstaat een groeiende groep jonge mannen zonder toekomst, een bekende risicofactor voor blijvend daderschap. De Top600-aanpak leverde volgens Horn weinig op door gebrekkige uitvoering.

De kernkritiek is organisatorisch: beleidsplannen slagen vaak niet door slechte uitvoering. Horn pleit voor één regie en mandaat waarbij politie, justitie en gemeentelijke en landelijke diensten gecoördineerd en langdurig optreden op álle overlastgebieden tegelijk. Voor thuisloze asielzoekers wijst hij op instrumenten als het gebiedsgebod uit artikel 56 van de Vreemdelingenwet, maar signaleert beperkingen (bijvoorbeeld voor minderjarigen) en stelt dat Den Haag moet erkennen dat terugkeer naar landen als Syrië vaak niet mogelijk is en het beleid daarop moet afstemmen.

Zijn advies in kort: twee kranen dicht—meer en structurele handhaving in Amsterdam, en een nationaal asielbeleid dat niet voortdurend nieuwe groepen zonder toekomst schept. Amsterdam heeft volgens Horn geen gebrek aan ideeën maar aan uitvoering; Den Haag heeft plannen, maar kiest te vaak voor symboliek boven werkbare oplossingen.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Sani van Mullem opent De Oranjezomer met een prachtige eigen versie van 'Laat me'