Amsterdam bouwt door, maar wie een sociale huurwoning zoekt, is nog altijd bijna tien jaar verder
In dit artikel:
Het aantal sociale huurwoningen in Amsterdam is de afgelopen jaren licht gestegen van 221.900 naar 223.000, waardoor de gemiddelde wachttijd voor zo’n woning iets is gedaald tot net onder de tien jaar. Dat meldt de tweede monitor van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV), een samenwerking tussen corporaties, huurdersorganisaties, zorginstellingen en bewoners.
Hoewel er op een paar fronten vooruitgang is — zo nam het aandeel woningen met een slecht energielabel af van 14% in 2023 naar 11% in 2025 en werden in vier jaar tijd ongeveer 50.000 huishoudens geholpen met energiebesparende maatregelen — blijft de vraag naar betaalbare woonruimte veel groter dan het aanbod. Vooral mensen met een middeninkomen en kwetsbare groepen vinden moeilijk een passende woning. Problemen als vocht- en schimmelvorming en de verduurzaming van woningen zijn nog niet overal opgelost.
De AAV heeft ook twintig zogenaamde Lang Leven Thuisflats gerealiseerd om ouderen langer zelfstandig te laten wonen, en er zijn stappen gezet richting meer hospitaverhuur en efficiënter gebruik van de bestaande voorraad. Vanaf 1 januari 2026 geldt een vergunningplicht voor tweede woningen (pied-à-terres) om permanente bewoning te beschermen; daarnaast bestaat sinds begin 2022 opkoopbescherming voor betaalbare koopwoningen.
Woonwethouder Zita Pels is positief over de maatregelen: “Het werkt als de overheid de regie pakt op volkshuisvesting.” Tegelijk blijft betaalbaarheid een knelpunt: niet-sociale huurders geven vaak meer dan 40% van hun inkomen aan huur uit, kopers zien hun hypotheeklasten stijgen, en het middensegment (huur ≤ €1.260) nam slechts met enkele honderden woningen toe tot 42.700. De uitbreiding van de huurtoeslag per 1 januari 2026 kan voor sommige huishoudens verlichting bieden.