Amsterdam bouwde zes jaar aan hubs voor deelfietsen en -scooters, er staan er 23: 'Weifelende aanpak'

donderdag, 4 juni 2026 (14:48) - Het Parool

In dit artikel:

Amsterdam wilde met de Hubvisie (2021) een netwerk van buurt- of buurthubs creëren zodat bewoners binnen vijf minuten lopen toegang hebben tot deelscooters, -fietsen en deelbakfietsen als alternatief voor de auto. Uit een onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat die ambitie grotendeels is verdampt: in juni 2025 waren er slechts 23 hubs met ruimte voor circa 300 deelvoertuigen, tegenover ruim 268.000 personenauto’s in de stad. Het effect op autogebruik noemt de Rekenkamer verwaarloosbaar.

Onderzoek en observaties tonen meerdere problemen. Bij vier hubs werden tijdens inspecties helemaal geen voertuigen aangetroffen; veel hubs boden slechts één soort deelvervoer terwijl het beleid twee soorten per locatie voorstaat; en bijna 40 procent van de tweewielers op hubs bleek privébezit van omwonenden, geparkeerd alsof het gewone stallingsplekken waren. De plekken hebben geen aparte juridische status, waardoor handhavers nauwelijks tegen verkeerd parkeren of opslag kunnen optreden. Het gebruik is beperkt en ongelijk verdeeld: bijna de helft van alle ritten in de eerste helft van 2025 begon bij Appeltjesmarkt, de enige hub in het centrum, terwijl veel hubs gemiddeld minder dan één rit per dag zagen. Bijna de helft van de hubs ligt in Nieuw-West, Noord en Zuidoost; dichtbebouwde drukplekken bleven vaak buiten schot.

Bestuurlijke onduidelijkheid lag volgens de Rekenkamer aan de basis. De gemeente worstelde met fundamentele vragen — vervangen deelvoertuigen autoritten of gewone fietsritten? Zijn de hubs voor bewoners of voor toeristen? — en hield vast aan een aanpak van veel pilots, tussentijdse evaluaties en strakke politieke controle op vergunningen. Dat leverde volgens het rapport een “weifelende aanpak” op die aanbieders afschrikte: begin 2025 viel een groot deel van het aanbod weg (Go Sharing stopte, Baqme trok zich terug uit delen van de stad, Cargoroo vroeg faillissement aan). Onzekerheid over verlenging van vergunningen remde investeringen in nieuwe hubs en voertuigen.

Het beleid verschuift ook in inhoud: vanaf 2023 verschoof de focus van buurtvoorzieningen naar ov-knooppunten en forenzen, waarna de oorspronkelijke bewonersgerichte insteek op de achtergrond raakte. De deelfiets bleek vooral populair bij toeristen, tot klachten van lokale verhuurders en zelfs een melding bij de Europese Commissie. De gemeente concludeerde dat er geen doorslaggevend bewijs was voor nut en noodzaak van deelfietsen en besloot ze vanaf april 2026 voorlopig uit buurthubs te verwijderen; dat vergroot het risico dat veel hubs straks alleen nog deelscooterplekken offeren.

De Rekenkamer geeft Rotterdam als tegenvoorbeeld: die schakelde sneller naar grootschalige aanleg (circa 170 hubs) en monitort gebruik en overlast realtime. De Rekenkamer pleit er expliciet voor dat politiek keuzes maakt in plaats van steeds nieuwe pilots. Wethouder Melanie van der Horst neemt de aanbevelingen grotendeels over en wil de komende twee jaar vijftig nieuwe buurthubs aanleggen in Nieuw-West, Noord, Zuidoost en op IJburg. De gemeenteraad debatteert na de zomer over het rapport en de toekomst van de hubs.