Amerikaanse voorganger Russ Kessler: Wat moet je zeggen als je naast een ouderpaar staat van wie de dochter in het vliegtuig zat?
In dit artikel:
De aanslagen van 11 september 2001 veranderden niet alleen de Verenigde Staten, maar ook het werk van predikanten en kerken rond de rampplekken. Ds. Russ Kessler, destijds baptistenpredikant in Somerset, Pennsylvania, zag op de ochtend van de aanslagen de beelden van de instortende Twin Towers. Kort daarna belde een gemeentelid: vlak bij haar huis was een vliegtuig neergestort. Het bleek United Airlines-vlucht 93 te zijn.
De kapers gebruikten vier passagiersvliegtuigen als wapens. Twee toestellen boorden zich in de Twin Towers in New York, een derde raakte het Pentagon bij Washington. Vlucht 93 stortte neer bij Shanksville nadat passagiers en bemanningsleden de cockpit probeerden te heroveren. Daardoor bereikten de kapers hun vermoedelijke doel, het Witte Huis of het Capitool, niet. Ruim veertig mensen kwamen in Pennsylvania om. Op de plek van de inslag werden maar weinig stoffelijke resten gevonden; het terrein geldt daarom als gewijde grond en mag niet worden betreden.
Voor Kessler betekende de ramp een omslag in zijn pastorale werk. Predikanten moesten vooral aanwezig zijn, luisteren en mensen bijstaan die ontredderd waren. Samen met collega’s uit Somerset en Shanksville richtte hij een permanente pastorale post in. Familieleden van slachtoffers, reddingswerkers, politiemensen en inwoners van de omgeving konden er terecht. Vaak schoten woorden tekort. Toch werden vanaf de avond van 11 september kerkdiensten en gebedsbijeenkomsten gehouden. Kessler verwees daarbij naar Psalm 99: niet de terroristen, maar God zou het laatste woord hebben.
De kerken in Shanksville en Somerset groeiden uit tot crisiscentra. Ze boden maaltijden, rustplaatsen en pastorale steun aan hulpverleners. De bevolking zette zich massaal in, maar raakte uitgeput toen na het vertrek van reddingswerkers en onderzoekers veel ramptoeristen naar het kleine dorp bleven komen. Voor de inwoners vormde die ongewenste belangstelling een tweede schok.
Ook St. Paul’s Chapel in New York werd een toevluchtsoord voor de mensen die op Ground Zero werkten. De anglicaanse kapel, op minder dan 200 meter van de Twin Towers, bleef bij de instorting vrijwel onbeschadigd. Een nabijgelegen plataan ving een groot deel van het puin op. Volgens ingenieurs hielpen ook de verticale instorting van de torens en hun diepe fundering mee om de schade te beperken.
Negen maanden lang was de kapel dag en nacht geopend. Brandweerlieden, politieagenten en bouwvakkers kregen er maaltijden, medische hulp, schone kleding, nieuwe laarzen, gelegenheid om te slapen en een luisterend oor. Ongeveer driehonderd geestelijken uit uiteenlopende tradities verleenden bijstand. Hun belangrijkste taak was niet preken, maar gastvrijheid bieden en luisteren naar mensen die met dood, verminking en de gruwel van Ground Zero waren geconfronteerd. Zo werden kerken na 11 september plaatsen van rouw, praktische hulp en gezamenlijke troost.
Vandaag Inside: René van der Gijp lacht om filmpje Freek Vonk: 'Heeft Eva Jinek twee jaar naar zitten koekeloeren!'