Amerikaanse rechtbank oordeelt: de invoerheffingen van Trump zijn onwettig
In dit artikel:
Een Amerikaanse handelsrechtbank in New York heeft donderdag de door president Trump ingevoerde invoerheffing van 10% op een groot deel van de import onwettig verklaard. De uitspraak kwam nadat een coalitie van kleine bedrijven en meer dan twintig staten de maatregel had aangevochten; de rechtbank deed dit besluit met een meerderheid van twee tegen één. Volgens de rechters waren de algemene tariefverhogingen niet gerechtvaardigd op grond van Sectie 122 van de Handelswet van 1974, de bepaling waarop Trump zich beroept om tijdelijk (maximaal 150 dagen) tarieven in te voeren bij zware betalingsbalansproblemen.
Critici en economen stellen dat de Verenigde Staten nu geen dergelijke betalingsbalanscrisis doormaken; het geschil draait vooral om handelstekorten en het tekort op de lopende rekening, wat volgens de tegenstanders niet hetzelfde is als de door de wet bedoelde noodsituatie. Voor de klagers betekenen de uitspraak dat de heffingen moeten stoppen en reeds betaalde bedragen moeten worden teruggegeven. Voor andere importeurs blijven de tarieven voorlopig van kracht tot juli. Trump reageerde scherp en zei onder meer dat "niets hem meer verrast bij de rechtbanken" en suggereerde dat zijn tariefbeleid op andere manieren kan worden voortgezet; een hoger beroep wordt verwacht.