Amerikaanse kreeft doodt alles in de sloot: 'We moeten vangen, vangen, vangen'
In dit artikel:
In veel Nederlandse wateren zwemt inmiddels een invasie van Amerikaanse rivierkreeften die sloten en oevers ernstig aantasten. Boswachter René Garskamp (Zuid-Hollands en Utrechts Landschap) signaleert in het Utrechtse natuurgebied Sonsbrug dat slootjes die vijf jaar geleden nog vol vissen, salamanders, kikkers en waterplanten zaten, nu leeg en bedekt met modder en algen zijn: "Het wordt een decor zonder spelers."
De kreeften — meerdere Noord-Amerikaanse soorten die in de praktijk vaak samen worden genoemd — werden tientallen jaren geleden in het wild waargenomen, vermoedelijk ontsnapt of uitgezet. Zonder natuurlijke vijanden breiden ze zich snel uit; een vrouwtje kan honderden jongen krijgen. Schattingen komen uit op tientallen miljoenen exemplaren in de waterrijke delen van Nederland. Door hun graaf- en wroetgedrag maken zij helder water troebel, knippen waterplanten kapot en eten visjes, amfibiën en insecteneitjes op. Dat leidt tot verlies van waterplanten zoals krabbenscheer en van soorten die daarvan afhankelijk zijn, zoals bepaalde libellen, en verzwakt oevers door het graven van holen.
Waterschappen en natuurbeheerders in West-Nederland zijn bezorgd. Er lopen pilots om de kreeften te vangen, maar er is nog geen landelijke coördinatie. Het Hoogheemraadschap van Delfland vangt dit jaar op 170 plekken, een operatie die 13 miljoen euro kost. Wie daarvoor moet betalen is onduidelijk: het waterschap wil dat het ministerie van Landbouw bijspringt; het ministerie ondersteunt grootschalig vangen maar legt de kosten bij de waterschappen neer. Voor de zomer wil het ministerie met een plan komen dat verantwoordelijkheden klarer maakt en regels versoepelt.
Nu mogen alleen professionele vissers de kreeften zonder extra ontheffing vangen; medewerkers van waterschappen hebben vaak een vergunning nodig en moeten gevangen kreeften soms weer vrijlaten. Nieuwe regelgeving moet dat eenvoudiger maken, zodat meer partijen effectief kunnen ingrijpen.
Garskamp waarschuwt dat het voortbestaan van soorten als de gewone pad, heikikker en kamsalamander op het spel staat. Volledige uitroeiing lijkt onhaalbaar; beheerders pleiten voor massale vangacties om aantallen sterk terug te brengen en lokale populaties te laten instorten. Cruciaal is politieke wil en geld om grootschalige, gecoördineerde beheersmaatregelen mogelijk te maken, anders dreigen veel Nederlandse slootlandschappen ecologisch te verschralen.