Amerikaanse aanval op Venezuela schept gevaarlijk precedent
In dit artikel:
Amerikaanse troepen voerden zaterdag onder luchtondersteuning een operatie uit in Venezuela waarbij Delta Force-president Nicolás Maduro en zijn vrouw werden ontvoerd en naar de Verenigde Staten overgebracht. In de VS zijn zij aangeklaagd voor drugsdelicten en illegaal wapenbezit; maandag moeten ze voor een federale rechtbank verschijnen. President Donald Trump kondigde aan dat de VS Venezuela voorlopig zullen besturen en sloot een nieuwe aanval niet uit. Hij waarschuwde ook andere landen in de regio — met name Colombia, maar ook Mexico en Cuba — dat zij hetzelfde risico lopen. Richting Colombia viel hij hard uit tegen president Gustavo Petro, die hij betichtte van betrokkenheid bij cocaïnehandel.
De gebeurtenissen wekken twijfel over de geloofwaardigheid van de VS als neutrale bemiddelaar, zeker omdat Trump vergezeld zou worden door ministeries die volgens het artikel achter deze koers staan (genoemd: Marco Rubio en Pete Hegseth). De actie lijkt te passen in een strategie om de invloed van China te beperken: Venezuela bezit ongeveer 17 procent van de wereldwijde bewezen oliereserves en Peking speelt een grote rol in de Venezolaanse olie-industrie. Een Amerikaanse overname van die sector zou China zwaar treffen.
Internationaal rijst de vrees dat het Amerikaanse optreden een gevaarlijk precedent schept. Als een wereldmacht zonder effectieve tegenmacht dergelijke operaties kan uitvoeren, kan dat andere leiders aanzetten tot vergelijkbare agressie — met zorgelijke implicaties voor kwesties als Taiwan en het verloop van de oorlog in Oekraïne. Diplomatieke druk en rechtsmiddelen lijken moeilijk afdoende tegen een president die militaire macht inzet om geopolitieke doelen te bereiken.