Amerika viert 250 jaar onafhankelijkheid, maar Trumps 'spectaculairste feest ooit' zorgt voor ruzie en afhakers
In dit artikel:
Het 250-jarig jubileum van de Verenigde Staten dit jaar valt samen met de 80e verjaardag van president Trump, en het Witte Huis probeert beide mijlpalen aan elkaar te koppelen — tot onenigheid en ophef. Aan de ene kant staat America250, een door een Congrescommissie opgezette, onafhankelijke non-profit die een sober, burgergericht programma uitrolt met vrijwilligersacties, fondsenwerving en lokale vieringen. Aan de andere kant heeft Trump zelf een eigen feestapparaat opgezet (onder namen als Freedom/Taskforce250), met hijzelf als gezicht en vicepresident JD Vance in een leidinggevende rol. De twee plannen concurreren als het ware: één publiek-gestuurd en neutraal, de ander direct verbonden aan de president en zijn politieke stijl.
Trump’s ideeën voor het feest zijn groots en vaak omstreden. Hij wil spectaculaire evenementen op nationale locaties zoals vuurwerk op de National Mall, de Patriot Games voor scholieren, een nationale gebedsdag en een enorme vlootschouw in New York. Meer controversieel zijn voorstellen die botsen met wet- en regelgeving en esthetische kritiek: een speciaal bankbiljet van 250 dollar met Trumps beeltenis — iets wat Amerikaanse regels verbieden zolang de afgebeelde persoon nog leeft — en een 76 meter hoge triomfboog naar voorbeeld van de Parijse Arc de Triomphe, gepland vlakbij het Lincoln-monument. Critici noemen die boog pompeus en onpassend voor het hart van Washington.
Daarnaast plant het Witte Huis evenementen die de grens tussen politieke viering en amusement vervagen. Er wordt gewerkt aan een omvangrijke arena-opbouw op het gazon van het Witte Huis om op Trumps verjaardag een UFC-gala te houden, iets dat weerstand oproept bij wie sport niet geassocieerd wil zien met een regeringsmonument. Ook muzikale acts die zouden optreden op de Great American State Fair zegden deels af nadat zij ontdekten dat het om een politieke bijeenkomst ging — tot frustratie van de president, die publiek en artiesten vergelijkt met eerdere iconen.
Praktische vragen blijven: wie betaalt al die spektakels, en in hoeverre zijn ze gepast op publieke plekken? De zaak toont een diepere spanning: een poging om nationale patriottische symbolen te claimen voor een presidentieel merk, wat leidt tot juridische hobbels, publieke kritiek en een strijd over wie de officiële viering mag organiseren.