Amerika vertrekt: wie neemt de leiding in het klimaatdossier?
In dit artikel:
In 1992 legden vrijwel alle landen, inclusief de Verenigde Staten, de basis voor internationale klimaatcoördinatie met de ondertekening van het VN-klimaatverdrag (UNFCCC) in Rio. De VS ratificeerden het verdrag daarna redelijk unaniem en speelden later een belangrijke rol bij de totstandkoming van het Akkoord van Parijs (2015), dat weliswaar geen bindende sancties bevat maar wel het wereldwijde raamwerk voor vrijwillige nationale klimaatambities vormde.
Onder president Donald Trump trokken de VS zich eerder terug uit het Parijsakkoord (formeel in 2020), waarna president Biden het land weer liet terugkeren. Recentelijk heeft Trump echter opnieuw aangekondigd dat de VS willen vertrekken uit het UNFCCC en uit tientallen andere klimaat- en milieu-instanties, waaronder deelname aan het IPCC en het Green Climate Fund. Die uitspraak kwam enkele weken geleden en markeert een ongekende breuk met decennia van Amerikaanse deelname aan multilaterale klimaatpolitiek.
Experts waarschuwen dat zo’n terugtrekking substantiële gevolgen heeft. Noodzakelijke Amerikaanse bijdragen — beleidsexpertise, diplomatieke invloed en (in sommige gevallen) financiering — zouden wegvallen, wat de slagkracht en coherentie van internationale klimaatinitiatieven kan ondermijnen. Universitair docent Shiming Yang wijst er echter op dat de directe financiële impact op bepaalde samenwerkingsverbanden beperkt kan zijn, omdat de VS bij veel initiatieven historisch gezien weinig donorbijdragen leverden.
Wat volgt is onduidelijk maar zorgelijk: politieke verdeeldheid en geopolitieke spanningen kunnen internationale klimaathandelingen verzwakken en verdere fragmentatie versnellen. Beide deskundigen verwachten dat klimaatonderhandelingen en -toppen voorlopig zullen doorgaan, maar zonder de VS aan tafel verandert de dynamiek. China zou volgens Yang niet per se de formele leiderschapsrol opeisen; het richt zich eerder op economische voordelen en statusdoor gedrag zoals het exporteren van schone technologieën. India zal zich waarschijnlijk vooral op binnenlandse prioriteiten concentreren en hooguit naam maken binnen de groep van kwetsbare landen.
Voor Europa ontstaat een geopolitieke en beleidsmatige kans: het kan proberen het vacuüm te vullen door sterker en meer eensgezind op te treden, zowel vanuit eigen belang als om samenwerking met opkomende machten als China en India te benutten. De centrale vraag blijft of de EU en andere staten voldoende politieke wil en middelen zullen inzetten om de verloren Amerikaanse invloed te compenseren en zo het mondiale klimaatbeleid op koers te houden.