Amerika Eerst: Donald Trump negeert elitaire rechters en knalt importtarieven omhoog om eigen economie te beschermen
In dit artikel:
Het Amerikaanse Hooggerechtshof oordeelde afgelopen vrijdag dat veel van de invoerheffingen die president Donald Trump vorig jaar invoerde onrechtmatig waren omdat hij daarvoor een noodwet uit 1977 had gebruikt; volgens de rechters hoort het Congres over buitenlandse handel te beslissen. Als reactie kondigde Trump via zijn platform Truth Social direct aan de tarieven niet te laten vallen maar juist te verhogen van 10 naar 15 procent. Het Witte Huis gaf aan dat bepaalde goederen – onder meer sommige kritieke mineralen, bepaalde landbouwproducten en enkele voertuigen – van de heffing worden uitgezonderd.
Een door de University of Pennsylvania uitgevoerde berekening, in opdracht van persbureau Reuters, schat dat de Amerikaanse schatkist mogelijk tot meer dan 175 miljard dollar moet terugbetalen als bedrijven massaal aanspraak maken op eerdere heffingen; lagere rechters moeten daarover nog besluiten. De juridische strijd draait dus niet alleen om de vraag of de heffingen terecht waren, maar ook om wie uiteindelijk compensatie kan vorderen.
Trump legitimeert zijn stap met een protectionistische logica: duurdere invoer moet binnenlandse productie en banen stimuleren en vergelding bieden aan landen die volgens hem jarenlang voordeel haalden ten koste van de VS. Critici wijzen op de constitutionele grens die het Hooggerechtshof heeft aangegeven en op economische tegenargumenten over tarieven.
De originele berichtgeving bevatte een duidelijke politiek-populistische inslag en gebruikte de gebeurtenis om een Nederlandse beleidskwestie (plannen voor Box 3-belasting en een oproep tot een petitie) te bekritiseren; die oproep was onderdeel van de opinieuze toon van het stuk, niet van de juridische kernfeiten over de Amerikaanse uitspraak en Trumps reactie.