America's blackmail also cripples human rights organisations that support the International Criminal Court
In dit artikel:
De Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof (ICC) zijn volgens onderzoek van Investico, De Groene Amsterdammer en Süddeutsche Zeitung het zichtbare sluitstuk van een jarenlange intimidatiecampagne van de Verenigde Staten en Israël. Die campagne richt zich niet alleen op rechters en aanklagers, maar ook op de mensenrechtenorganisaties die het hof wereldwijd van bewijsmateriaal voorzien. Minstens twintig organisaties hebben hun samenwerking met het ICC beëindigd of sterk beperkt, waardoor een belangrijk deel van de infrastructuur achter het hof dreigt weg te vallen.
Het ICC werd in 1998 opgericht met het Verdrag van Rome en kreeg Den Haag als zetel. Nederland profiteerde destijds van de diplomatieke status en reputatie die de huisvesting opleverde, maar onderschatte volgens betrokkenen de risico’s. Het gastland verplichtte zich om het hof, zijn personeel en partijen die onmisbaar zijn voor zijn functioneren te beschermen tegen iedere vorm van inmenging. De Verenigde Staten, Rusland, China en Israël verzetten zich aanvankelijk tegen de oprichting uit angst dat hun burgers zouden worden vervolgd. De VS trokken zich later terug uit het verdrag en namen in 2002 de zogenoemde Hague Invasion Act aan, die de president vergaande bevoegdheden geeft om Amerikanen uit Den Haag te bevrijden. Een daadwerkelijke invasie bleef uit, maar de druk werd later minder zichtbaar en geavanceerder.
Het ICC vervolgt politieke en militaire leiders voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Het heeft geen eigen politiemacht en is afhankelijk van lidstaten om verdachten te arresteren. Ook heeft het hof beperkte middelen en vaak geen toegang tot gebieden waar misdrijven zouden zijn gepleegd. Daarom werkt het nauw samen met honderden mensenrechtenorganisaties, die getuigen spreken, lokale kennis leveren en digitale en andere bewijsmiddelen verzamelen. Aanklagers moeten die informatie zelf controleren, maar de samenwerking bespaart veel tijd en maakt onderzoeken mogelijk.
De gevolgen van de drukcampagne werden vanaf 2015 duidelijk rond het onderzoek naar mogelijke misdrijven in de Palestijnse gebieden. Nadat Palestina lid was geworden van het ICC, begonnen Palestijnse organisaties bewijsmateriaal aan te leveren. Israël erkent het hof niet en blokkeert de toegang tot Gaza en de Westelijke Jordaanoever, waardoor het ICC sterk afhankelijk is van lokale organisaties.
Nada Kiswanson van de Palestijnse organisatie Al-Haq, die in Den Haag voor het ICC werkte, kreeg in 2016 bedreigende telefoontjes, een dreigbrief en bloemen met een intimiderende boodschap. Ook werd geprobeerd haar te hacken. Een medewerker van Amnesty International die haar hielp, kreeg eveneens een hackpoging. De Nederlandse politie stelde beveiligingsmaatregelen in, maar kon de daders niet achterhalen. Volgens betrokkenen wezen de gebruikte middelen op een actor met geavanceerde technologische mogelijkheden.
Ook Al-Haq en andere Palestijnse organisaties werden volgens het onderzoek onder druk gezet via hun donoren en financiële dienstverleners. Pro-Israëlische lobbygroepen, waaronder NGO Monitor, beschuldigden hen van banden met terrorisme en benaderden banken en betaalbedrijven. In 2018 sloten Mastercard, Visa en verschillende banken rekeningen of blokkeerden zij donaties. Israël bestempelde Al-Haq, Defense for Children Palestine en vier andere organisaties in 2021 als terroristisch. Hoewel Nederland en andere Europese landen zeiden dat daarvoor onvoldoende bewijs was, werden hun kantoren korte tijd later door het Israëlische leger binnengevallen en deels leeggehaald.
De intimidatie trof ook ICC-medewerkers. Voormalig hoofdaanklager Fatou Bensouda kreeg in 2015 bezoek van twee mannen die haar een envelop met geld overhandigden. Zij zag dat als een waarschuwing dat men wist waar ze woonde. Later werden haar huis en dat van haar familie gefotografeerd. Volgens The Guardian werd in 2024 bekend dat de voormalige Israëlische inlichtingenchef Yossi Cohen haar persoonlijk had bedreigd en onder druk gezet. Bensouda zette haar werk voort en opende in 2021 een volledig onderzoek naar de Palestijnse gebieden.
Na de arrestatiebevelen die het ICC in 2024 uitvaardigde tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, oud-minister Yoav Gallant en Hamas-leider Mohammed Deif, nam de druk verder toe. De Britse jurist Andrew Cayley, die aan het Israël-Palestina-onderzoek werkte, werd door de AIVD en de politie gewaarschuwd voor een dreiging. Hij kreeg advies over zware beveiliging van zijn woning en ontving later een telefoontje dat duidelijk verband hield met zijn werk. Volgens Cayley reageerden de Nederlandse autoriteiten onvoldoende voorbereid op zulke ernstige dreigingen.
De Amerikaanse regering voerde de druk onder president Donald Trump verder op. In februari 2025 werden de aanklager en medewerkers van het ICC gesanctioneerd en werd Amerikaanse steun aan onderzoeken naar Amerikaanse of Israëlische burgers verboden. In het najaar volgden sancties tegen het hele hof. Amerikaanse burgers, bedrijven en organisaties mogen het ICC daardoor niet meer ondersteunen; overtreding kan leiden tot een gevangenisstraf van twintig jaar en een boete van maximaal één miljoen dollar. Eerder gesanctioneerde functionarissen verloren onder meer toegang tot bankpassen, hotelboekingen en andere diensten.
Minder zichtbaar zijn de gevolgen voor organisaties die het hof ondersteunen. Drie Palestijnse organisaties vertelden tijdens een bezoek aan Den Haag dat zij na de Amerikaanse sancties geen salarissen meer konden betalen en alleen nog met vrijwilligers werkten. Defense for Children Palestine staakte uiteindelijk zijn activiteiten nadat banken, hoewel de organisatie niet op een Amerikaanse sanctielijst stond, de rekeningen sloten. De Berkeley Human Rights Center kon niet langer met het ICC samenwerken en moest een dossier over misdrijven tegen journalisten en mensenrechtenverdedigers in Mexico zonder vertrouwelijke informatie openbaar maken. Ook organisaties als Human Rights Watch hebben hun samenwerking met ICC-onderzoeken beëindigd of ingeperkt. Andere ngo’s werken alleen nog in het geheim, uit angst zelf te worden gesanctioneerd of andere projecten en financiers in gevaar te brengen.
De Nederlandse regering zegt achter de schermen te proberen de gevolgen van de Amerikaanse sancties te beperken. Het ministerie van Buitenlandse Zaken wijst op zijn verplichting om het ICC te faciliteren en zegt herhaaldelijk met Washington te hebben gesproken. Ook werd de Israëlische ambassadeur eenmaal ontboden. Tegelijkertijd weigert het ministerie details te geven over eerdere onderzoeken naar bedreigingen en stelt het dat Nederland zelf bepaalt hoe ver zijn beschermingsplicht reikt. Een Europese ‘blokkeringsverordening’, die Europese bedrijven zou verbieden Amerikaanse sancties te volgen, is ondanks Kamermoties nog niet ingevoerd.
Volgens voormalige diplomaten hebben andere onderwerpen, zoals de oorlog in Oekraïne, NAVO-samenwerking, handel en wapenleveranties, in de relaties met de VS en Israël steeds voorrang. Daardoor blijft de Nederlandse reactie vooral diplomatiek en vertrouwelijk, terwijl het netwerk waarop het ICC steunt afbrokkelt. Dat plaatst Nederland in een lastige positie: het wil de internationale rechtsorde en nieuwe tribunalen huisvesten, maar beschermt het bestaande hof volgens critici niet afdoende. De regering heeft inmiddels aangeboden ook een toekomstig tribunaal voor Russische misdrijven in Oekraïne te huisvesten, waardoor Den Haag opnieuw het doelwit kan worden van buitenlandse druk en inlichtingenoperaties.
Vandaag Inside: Jort Kelder: 'PRO wil belastingen verhogen, terwijl de overheid zelf te veel geld uitgeeft!’