Ambtenaren zien bijhouden openbare agenda's van ministers als 'een corveeklus'
In dit artikel:
Tien jaar nadat het kabinet beloofde publieke agenda’s te publiceren om inzicht te geven met wie ministers spreken, blijkt uit vrijgegeven interne stukken van Binnenlandse Zaken dat veel ministeries die belofte nog steeds niet waarmaken. Communicatiedirecteuren constateerden in een bijeenkomst in april 2025 dat afspraken voor de openbare agenda’s vaak te laat of onvolledig worden aangeleverd, dat er grote verschillen zijn in wie toegang heeft tot de agenda’s en dat het bijhouden door ambtenaren als een ‘corveeklus’ wordt gezien.
Publieke agenda’s — wekelijkse overzichten van werkbezoeken, toespraken en externe ontmoetingen — waren bedoeld om lobby en beleidsbeïnvloeding zichtbaarder te maken. In de praktijk geven ze volgens een evaluatierapport uit 2023 echter alleen een fragmentarisch beeld: veel activiteiten van bewindspersonen ontbreken, er is beperkt zicht op welke externen toegang krijgen, en de agenda’s sluiten niet goed aan op lobbyparagrafen die moeten laten zien welke belangen door wie zijn ingebracht. De onderzoekers concludeerden dat zowel de agenda’s als de lobbyparagrafen verbeterd moeten worden en dat een lobbyregister een waardevolle aanvulling zou zijn.
Kritiek komt van meerdere kanten: de Open State Foundation geeft al jaren onvoldoende cijfers, GRECO en de Europese Commissie wezen ook op tekortkomingen en meer dan zeventig journalisten riepen eind 2024 op de Wet open overheid (Woo) niet in te perken. Binnenlandse Zaken heeft voorstellen gedaan om de Woo te beperken — onder meer door interne documenten buiten bereik te plaatsen en het aantal opvragingen te begrenzen — wat weerstand oproept bij journalisten en transparantieorganisaties.
De noodzaak van betere regels bleek extra urgent na NRC‑onthullingen over intensieve app‑contacten tussen oud‑minister Sander Dekker en een goklobbyist tijdens de voorbereiding van online kansspelen. Dat soort informele of off‑the‑record contacten, en de ‘draaideur’ tussen politiek en lobby, versterken de roep vanuit de Kamer om wettelijke registratie van lobbyisten en betere registratie van ontmoetingen met zowel ministers als topambtenaren. De Tweede Kamer nam meerdere moties aan (2021, 2022, juni 2025) die aandringen op een lobbyregister.
De politieke reactie bleef verdeeld. Minister Judith Uitermark (NSC) stuurde het evaluatierapport pas eind 2024 naar de Kamer en weigerde in maart 2025 de belangrijkste aanbevelingen over te nemen, uitgaand van het bestaande instrumentarium. Haar besluit leidde tot felle kritiek van Kamerleden en belangenorganisaties; een meerderheid van Kamerfracties bleef pleiten voor een register. VVD en CDA stemden in juni 2025 echter tegen een motie die stelde dat een register uiterlijk 1 september 2026 ingevoerd moet zijn, waarbij CDA‑voorman Henri Bontenbal waarschuwde voor “doorgeslagen regelgeving”.
Als antwoord op het uitblijven van landelijke stappen presenteerde de Open State Foundation in juli 2025 zelf een lobbyregister‑model dat inmiddels door enkele grote gemeenten wordt onderzocht. Transparancy International en andere voorstanders wijzen erop dat een register met een toezichthouder de administratieve last voor overheden kan verminderen en tegelijkertijd de spelregels afdwingbaar zou maken. Critici waarschuwen dat informele contacten (borrels, telefoontjes, sociale media) nooit volledig geregistreerd zullen worden.
Wat nu ontbreekt zijn dwingende regels en handhavingsmechanismen: de aangescherpte ‘Handleiding Openbare agenda bewindslieden’ die na het apriloverleg verscheen, bevat vooral vrijblijvende formuleringen (bijvoorbeeld dat departementen ‘streven’ naar minder betrokken medewerkers) en kent geen sancties als informatie uitblijft. Binnenlandse Zaken zegt dat er in tien jaar “goede stappen” zijn gezet, maar erkent dat verbetering nodig is.
De kernvraag blijft: krijgt de burger werkelijk het zicht op wie invloed uitoefent op beleid? Met signalen dat ministeries het bijhouden van agenda’s ongestructureerd en in sommige gevallen onwillig uitvoeren, en met politieke verdeeldheid over een register, is het onduidelijk of een nieuw kabinet de transparantie substantieel zal versterken. Lokale initiatieven en voorstellen van maatschappelijke organisaties tonen wel dat de druk toeneemt — maar of dat leidt tot bindende landelijke maatregelen is nog onzeker.