Fabers ambtenaren geloofden niet in 'dragende motivering' voor asielnoodrecht
In dit artikel:
Toenmalig asielminister Marjolein Faber wilde bij het aantreden van kabinet‑Schoof (zomer 2024) delen van de Vreemdelingenwet tijdelijk buiten werking stellen door een crisisbepaling van het staatsnoodrecht te gebruiken. Dat instrument kan ingrijpende maatregelen mogelijk maken zonder voorafgaande goedkeuring van Kamerleden; Parlement zou pas achteraf worden geraadpleegd, mits er sprake is van "buitengewone omstandigheden".
Ambtenaren van Faber’s ministerie konden die juridische onderbouwing niet voldoende aantonen. In interne stukken, opgevraagd door persbureau ANP via de Wet open overheid, stellen ambtenaren dat de voorgestelde "dragende motivering" tekortschiet. Ze inventariseerden wel problemen (druk op huisvesting, onderwijs, zorgkosten, personeelstekorten in gevangenissen, opvangkosten), maar concludeerden dat er geen helder, cijfermatig aantoonbaar causaal verband is tussen de asielinstroom en de ervaren knelpunten. Ook betwijfelden ze of noodmaatregelen de kwesties snel en effectief zouden verhelpen.
Binnen de Kamer en zelfs in de coalitie (NSC) bestonden ernstige twijfels over het gebruik van het noodrecht. Na fel debat besloot het kabinet eind 2024 de noodroute te laten vallen en de gewenste veranderingen via gewone wetgeving te proberen. Die route liep deels spaak: een van de twee wetten, de zogeheten asielnoodmaatregelenwet, werd eerder dit jaar afgewezen na een draai van de PVV in de Eerste Kamer.
ANP had in november 2024 al om openbaarmaking van Fabers motivering gevraagd; het ministerie reageerde pas na anderhalf jaar, waarna de rechter in juni 2025 een dwangsom oplegde die opliep tot 15.000 euro. Het dossier illustreert de juridische en politieke grenzen bij het inzetten van uitzonderingsrecht voor migratievraagstukken en benadrukt dat structurele tekorten vaak meerdere oorzaken hebben.