Ambtenaren staken om nullijn, 'schoonmakers en cipiers hebben zware baan'
In dit artikel:
Rijksambtenaren leggen op dit moment opnieuw het werk neer uit protest tegen de salariskorting – de zogenoemde nullijn – die door het vorige kabinet is ingevoerd en door het huidige kabinet gehandhaafd blijft. Door die maatregel krijgen de 160.000 medewerkers van de rijksoverheid dit jaar geen loonsverhoging. Eerder dit jaar hielden vakbonden al meerdere kleinere acties; die hadden beperkte gevolgen, maar voor de staking van vandaag wordt een veel grotere opkomst verwacht. Uit voorzorg zijn alle debatten en activiteiten in de Tweede Kamer afgelast.
De vakbonden wijzen vooral op de druk bij uitvoeringsorganisaties: de Belastingdienst, Dienst Justitiële Inrichtingen en andere uitvoeringsdiensten kampen volgens hen al langer met hoge werkdruk en personeelstekorten. Specifieke groepen staken nu 24 uur, waaronder schoonmakers van de Rijksschoonmaakorganisatie (waardoor een deel van overheidsgebouwen nauwelijks wordt schoongemaakt) en medewerkers van de Belastingtelefoon, DUO, IND en de douane.
Vakbondsbestuurder Dennis Baegen wijst op grote verschillen binnen de ambtenarij: functies met zware werkdruk zoals bij de douane, in gevangenissen en onder schoonmakers zouden meer waardering en een inflatiecorrectie verdienen. Ook arbeidsverhoudingsdeskundige Roel Bekker erkent die ongelijkheden: terwijl sommige functies relatief gunstig betaald en aantrekkelijk blijven, zitten veel arbeidsintensieve posities in lagere schalen en verdienen die medewerkers geen hoge lonen. Bekker verwacht niet meteen massale uitstroom omdat alternatieve vacatures ontbreken en secundaire arbeidsvoorwaarden bij de overheid vaak gunstiger zijn, maar waarschuwt dat de wervingskracht op termijn kan lijden zonder loonsaanpassing.
Bestuurskundig hoogleraar Zeger van der Wal benadrukt dat topambtenaren de afgelopen jaren relatief flinke salarisstappen maakten en internationaal goed betaald zijn; toch mogen lagere functies zoals gevangenisbewaarders en schoonmakers volgens hem niet over het hoofd worden gezien.