Ambtenaren regelen loonsverhoging onderling - zonder Kamertoezicht of prijskaartje

dinsdag, 14 april 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Duizenden rijksambtenaren gingen vandaag opnieuw in staking omdat het kabinet-Jetten weigert de door een eerder kabinet ingestelde ‘nullijn’ (loonbevriezing) ongedaan te maken. De actie kwam na een manifestatie op de Koekamp in Den Haag, waar ambtenaren – georganiseerd door de vakbonden – hun onvrede uitten over waardering en beloning. Aanleiding is de CAO Rijk 2024: een pakket met een historische structurele loonsverhoging (in totaal ruim circa 11 procent voor 2024 inclusief onderdelen uit een eerdere afspraak), eenmalige uitkeringen van ruim €2.000 per medewerker en andere verbeteringen. Hoe dit pakket tot stand kwam en wat het kost, is grotendeels ondoorzichtig.

Een Haagse fiscalist, Bas Jorissen, zette het proces in beweging door publiek vragen te stellen nadat de cao-tekst was vrijgegeven maar zonder financiële doorrekening. Zijn eerste rekensom kwam uit op ongeveer €2 miljard per jaar aan extra loonkosten. Dat bedrag riep vragen op over politieke prioriteiten: eerdere voorstellen zoals een btw-verlaging op groente en fruit (€0,75 mrd) of structurele verhogingen in zorg en minimumloon (respectievelijk €0,5 mrd en €1,5 mrd) waren niet doorgeschoven. Jorissen vroeg via een Woo-verzoek (Wet open overheid) om documenten over totstandkoming, dekking en effecten van de cao.

Het onderzoek van Follow the Money (FTM) en de vrijgegeven stukken schetsen een systeem waarin de staat zelf de financiële kaders voor cao-onderhandelingen bepaalt zonder voorafgaande raadpleging van de Tweede Kamer. Jaarlijks stelt het kabinet de ‘loonruimte’ vast, opgebouwd uit een technische component en een beleidsmatige bijstelling waarop de ministerraad kan ingrijpen. Op grond van die loonruimte geven ministers een mandaat af voor onderhandelingen met de vakbonden; dit mandaat wordt niet openbaar doorgerekend en er is geen onafhankelijke toetsing van de budgettaire effecten. Topambtenaren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) onderhandelen vervolgens namens de staat — over salarissen van juist diezelfde topambtenaren — en het uiteindelijke cao-akkoord verschijnt zonder dat het prijskaartje in de begroting zichtbaar wordt.

De totstandkoming van de CAO Rijk 2024 verliep opmerkelijk snel. Waar aanvankelijk meerdere rondes waren gepland, versnelden vakbonden en het kabinet het traject: binnen weken werd een akkoord bereikt en op 24 april getekend. Documenten suggereren veel informeel overleg vooraf; de korte officiële onderhandelingsperiode leidde tot de ‘trendsettende’ loonsprong van circa 9,7 procent plus eerdere verhogingen en een forse eenmalige betaling. Deskundigen noemen het proces problematisch: hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans vindt het “niet heel netjes” dat zo grote financiële besluiten op deze manier worden afgehandeld, terwijl econoom Pieter Gautier pleit voor meer transparantie omdat de vraag hoe hoog overheidslonen moeten zijn duidelijk politiek van aard is.

Het Woo-verzoek van Jorissen resulteerde uiteindelijk in een dossier waarvan veel financiële passages zwartgelakt waren en waarover de helft van de opgevraagde stukken niet vrijgegeven werd. Cruciale vragen — over doorrekening, begrotingsdekking, macro-economische gevolgen en het afwegingskader — bleven onbeantwoord. Ook de hoogte van de door BZK genoemde ‘Kabinetsbijdrage arbeidsvoorwaardenontwikkeling’ (ongeveer €2 miljard) bleef in de documenten verborgen. Dat roept bij experts als bestuursrechtprofessor Annemarie Drahmann vragen op: transparantie na afloop van onderhandelingen is volgens haar noodzakelijk om politiek en maatschappelijk debat mogelijk te maken.

Kort samengevat: de staking van rijksambtenaren is zowel direct protest tegen het huidige kabinet als een symptoom van een breder democratisch probleem. Grootschalige loonsverbeteringen voor ambtenaren werden snel en voornamelijk buiten het publieke en parlementaire vizier geregeld, met naar schatting een meerjarenprijskaartje in de miljarden dat pas na ondertekening volledig bij volgende kabinetten en de samenleving blijkt te landen. Het gebrek aan openbaarheid en toetsing wekt zorgen over bestuurlijke controle en politieke afwegingen rond schaarse publieke middelen.