Ambtenaar CPB waarschuwt: te veel succes met anti-rookbeleid kost de staat miljarden - regressief en pervers!
In dit artikel:
Ambtenaren van het Centraal Planbureau (CPB) werden recent bekritiseerd na een column van wetenschappelijk medewerker Rik Dillingh op de CPB-website. Dillingh gebruikt een persoonlijke anekdote (over zijn vader die als tiener in één ruk een pakje sigaretten rauw wegwerkte) als entree naar een analyse van tabaksaccijns. Hij stelt dat hogere accijnzen weliswaar roken ontmoedigen, maar ook jaarlijks ongeveer 2,6 miljard euro opleveren en bovendien regressief zijn: lagere inkomens en verslaafden dragen relatief het meest bij. Daardoor zou de staat financieel afhankelijk raken van juist die gedragingen die men publiekelijk wil terugdringen. Zijn conclusie is dat je niet tegelijk volledig kunt inzetten op een rookvrije generatie en blijven rekenen op miljarden aan tabaksinkomsten; als iedereen stopt, ontstaat een begrotingsprobleem. Dillingh denkt hardop na over alternatieve “zondebelastingen” zoals boetes of gokken.
De schrijver van de kritiek ziet hierin vooral een symptoom: ambtenaren met te veel tijd die nadenken over fiscale paradoxen in plaats van praktische voorstellen om lasten te verlagen of efficiëntie te verbeteren. De column wordt gepresenteerd als illustratie van een bredere onvrede: dat de overheid zogenaamd afhankelijk is van inkomsten uit ongezonde of afwijkende gedragspatronen en daardoor terughoudend zou zijn bij effectieve preventie. De kritiek eindigt met een oproep tot verzet tegen wat de auteur ziet als hypocrisie van de elite, en een promotionele oproep om de onafhankelijke pers te steunen.
Kortom: Dillingh legt een fundamenteel spanningsveld bloot tussen volksgezondheid en begrotingsbelangen; critici vinden dat het problematiseren hiervan op de CPB-site symptomatisch is voor verkeerde prioriteiten bij beleidsinstituten.