Alwéér een Fransman aan het roer: waarom grote Nederlandse bedrijven zo vaak in Frankrijk uitkomen
In dit artikel:
Ahold Delhaize krijgt opnieuw een Franse topman: Thierry Garnier wordt de opvolger van Frans Muller en treedt volgens het artikel in april 2027 aan. Garnier brengt twee decennia ervaring bij Carrefour mee, heeft gewerkt in Azië, spreekt vloeiend Mandarijn en staat momenteel aan het hoofd van de Britse doe-het-zelfketen Kingfisher. Daarmee sluit hij aan bij een reeks Fransen die recent Nederlandse multinationals leiden, zoals Grégoire Poux-Guillaume (AkzoNobel), Marguerite Bérard (ABN Amro) en Christophe Fouquet (ASML); ook Corbion, Aalberts Industries en Pharming hebben Franse bestuurders.
Experts zien meerdere verklaringen voor deze opmars. Mijntje Lückerath, hoogleraar corporate governance, wijst erop dat Ahold sterk op internationale groei is gericht — twee derde van de omzet komt uit de VS — waardoor iemand met ruime buitenlandse ervaring aantrekkelijk is. Rients Abma van Eumedion en Joost Schmets van de VEB benadrukken dat Franse managers vaak brede internationale bagage en hoogwaardige managementopleidingen hebben, en dat er een zichtbaar netwerk bestaat van Fransen in topfuncties bij grote multinationals (soms genoemd als een “schaduw-CAC 40”).
De keuze voor Europese — en met name Franse — ceo’s hangt volgens de experts ook samen met verschillen tussen Europese en Amerikaanse bestuursculturen, vooral rond beloning en governance: Europese bestuurders passen vaak beter in een continentale consensusgerichte aanpak dan Amerikaanse topmannen. Voor bedrijven met wereldwijde activiteiten kan die Europese oriëntatie praktisch voordeel bieden.
Tegelijkertijd waarschuwen deskundigen voor valkuilen. Franse topmanagers opereren doorgaans vanuit een meer hiërarchische en daadkrachtige stijl dan Nederlandse bestuurders en werknemers gewend zijn; waar Nederlanders meer consensus en gelijkwaardigheid verwachten, hoort een Franse ceo soms op afstand leiding te geven. Dat kan spanningen opleveren op hoofdkantoren zoals dat van Ahold in Zaandam. Voorbeelden uit het verleden — zoals de Amerikanen die stroef liepen in Nederlandse bestuurscultuur — tonen dat culturele mismatch tot problemen kan leiden. Daarnaast vreest Corné van Zeijl (Cardano) dat buitenlandse bestuurders minder ingebed zijn in de Nederlandse samenleving en daardoor mogelijk andere prioriteiten hanteren, met risico’s voor bijvoorbeeld nationale verankering van bedrijven en strategische besluiten zoals verkoop van onderdelen (het voormalige Organon-voorbeeld wordt genoemd).
Kortom: de komst van Garnier past in een bredere trend van internationalisering en waardering voor Franse managementervaring, maar succes hangt af van culturele afstemming en begrip voor Nederlandse bestuurswaarden naast puur zakelijke deskundigheid.