Als we islam even negeren, is de grootste dreiging voor de EU demografisch - Bericht uit Brussel

zaterdag, 13 juni 2026 (07:44) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

Op 11 juni 2026 verhoogde de Europese Centrale Bank (ECB) de depositorente met 0,25 procentpunt tot 2,25% tijdens haar gebruikelijke persconferentie. De ECB rechtvaardigde de stap met zorgen over prijsstijgingen die deels worden aangedreven door de oorlog in het Midden-Oosten en zei te willen zorgen dat de inflatie op de middellange termijn rond 2% uitkomt. Volgens de schrijver van het stuk is die beleidslijn problematisch: waar ooit een inflatiedoel ‘onder maar nabij 2%’ gold, lijkt het streven nu te zijn dat inflatie tijdelijk duidelijk boven 2% mag liggen, met de bedoeling later van bovenaf naar 2% terug te keren. De auteur prefereert persoonlijk nuleinflatie en merkt op dat veel economen toch een gematigde inflatie als wenselijk zien.

In economische termen wijst de auteur op de Taylor Rule (John Taylor, 1993) als vuistregel die momenteel zou suggereren dat de rente veel hoger zou moeten zijn—rond de 4%—waardoor de ECB naar zijn oordeel onvoldoende hard optreedt tegen prijsstijgingen. Centrale banken houden echter rekening met meerdere tegenstrijdige factoren: financiële stabiliteit, staatsschuldniveaus, loonontwikkeling en zwakke groeiverwachtingen, en die overwegingen temperen striktere renteverhogingen.

Het meest zorgwekkende nieuws volgens de schrijver was deze week niet het rentebesluit maar de neerwaartse bijstelling van de kredietwaardigheid van Oostenrijk door ratingbureau Fitch. Fitch verlaagde de beoordeling vanwege aanhoudend lage groei, verrassend hoge staatsschuld en blijvende begrotingstekorten. Dat signaal geldt breder voor de eurozone: maar een handjevol landen behoudt een uitstekende rating. Nederland, Duitsland en Luxemburg staan er relatief goed voor binnen de eurozone; Denemarken heeft AAA maar valt buiten de euro. Veel lidstaten kampen met zowel een gebrek aan fiscale discipline als zwakke productiviteits- en economische groei, wat het stabiliseren van staatsschulden bemoeilijkt. Wanneer groei ontbreekt, stijgen belastingen en tekorten blijven aan de orde van de dag, terwijl uitgaven doorgaans groeien.

De auteur benadrukt de dubbele werking van hogere inflatie: in nominale termen verlaagt inflatie de reële last van staatsschulden, wat de druk op overheden tijdelijk verlichting kan bieden en de noodzaak voor hoge beleidsrentes vermindert. Tegelijkertijd ondermijnt inflatie het reële inkomen van burgers. De conclusie van de schrijver is dat de ECB in feite kiest voor beleidsopties die het gemak voor lidstaten bevoordelen boven bescherming van de koopkracht van burgers.

Naast rente en ratings schetst het stuk grotere structurele risico’s. Demografie wordt genoemd als de grootste bedreiging voor de EU op langere termijn: vergrijzing en dalende geboortecijfers leiden tot veel minder werkenden per gepensioneerde, met zorgwekkende vooruitzichten richting 2050. Veel lidstaten hebben pay-as-you-go-pensioensystemen zonder substantiële collectieve buffers; Nederland vormt daarin een uitzondering met grote opgebouwde pensioentegoeden. In landen zonder zulke reserves zullen pensioenaanspraken de overheidsfinanciën extra belasten.

De auteur oefent ook felle kritiek uit op het EU-beleid rond de Green Deal. In plaats van een prioriteit te maken van economische groei, ziet de Europese Commissie de transitie naar klimaatneutraliteit als groeistrategie via subsidies, regelgeving en publieke investeringen. Volgens de schrijver leidt die aanpak in de praktijk tot gesubsidieerde banen, hogere energieprijzen, bureaucratische lasten en verlies van concurrentiekracht ten opzichte van landen als China, de VS en India. CO2-heffingen en strikte normen zouden industrieën belasten en productie kunnen doen verplaatsen naar het buitenland; de benodigde investeringen zijn enorm en worden deels via extra publieke leningen gefinancierd, terwijl de regels over wat als schuld telt worden bijgesteld om ruimte te creëren.

De politieke aanbevelingen in het stuk zijn duidelijk: een kleinere, pragmatische EU met lagere belastingen, goedkopere energie (waarbij de schrijver openlijk pleit voor kernenergie), selectieve immigratie gericht op arbeidsmarktbijdrage, meer individuele spaarvorming voor pensioenen en strikte nationale begrotingsdiscipline. De Europese Parlementariër Auke Zijlstra (PVV), auteur van het stuk en schaduwrapporteur voor de digitale euro en pensioenregelgeving, waarschuwt dat als Duitsland en andere grote landen geen buffers aanhouden en uitgaven blijven uitbreiden, Nederland en Luxemburg mogelijk de enige overgebleven AAA-landen in de eurozone worden.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Jan Paul van Hecke: 'Wereldkampioen worden, dan kan het helemaal niet meer stuk!'