Als kerkelijke verdeeldheid zonde is, vraagt dat om inspanning voor herstel
In dit artikel:
Het streven naar hereniging tussen de Gereformeerde Gemeenten (GG) en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) botst op veel praktische bezwaren, maar blijft op principieel vlak relevant omdat kerkelijke verdeeldheid als zonde wordt gezien. De scheuring die in 1953 plaatsvond, ligt aan de basis van de huidige verdeeldheid; sindsdien bestaan er in beide kerkverbanden uiteenlopende opvattingen over herstel. Sommige leden verlangen snel naar één kerk, anderen stellen harde voorwaarden: eerst moet de andere partij veranderen.
Ds. G. Hoogerland, emeritus‑predikant van de GG, heeft uitvoerig over dit thema geschreven en benadrukt dat verdeeldheid, zeker tussen kerken met minimale theologische en culturele verschillen, moreel problematisch is. Hij wijst erop dat herstel niet alleen een geestelijk appel vergt — gebed en schuldbelijdenis — maar ook concrete bereidheid tot praktische offers: beide zijden zouden elementen van hun eigen kerkelijke cultuur moeten loslaten en actief moeten werken om iedereen mee te nemen, ook kleinere vleugels of minderheden binnen de verbanden.
Tegelijk erkent Hoogerland de reële moeilijkheden: fusies lopen het risico niet één, maar meerdere nieuwe scheidslijnen te creëren, en genezing blijkt in de praktijk vaak lastiger dan de initiële breuk. Daardoor pakken velen de kwestie pragmatisch aan of bagatelliseren zij de noodzaak van onmiddellijke hereniging. Desondanks blijft volgens hem, met het oog op het getuigenis naar buiten en naar het hogepriesterlijk gebed van Jezus, institutionele eenheid een plicht waar concrete inspanningen en een oprechte bereidheid tot verandering bij horen.