Als de Nederlandse techsector praat, luistert Den Haag

maandag, 4 mei 2026 (17:03) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Politiek Den Haag maakt zich zichtbaar zorgen over de afhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen en probeert de Nederlandse techsector nu actief te versterken. Voorbeelden van die afhankelijkheid zijn de uitbesteding van het nieuwe btw-inning­systeem aan het Amerikaanse Fast Enterprises en de overname van Solvinity, waar DigiD op draait. Die kwetsbaarheid en de geopolitieke onrust (oorlogen en de mogelijkheid van een hervatting van Amerikaanse isolationistische politiek) hebben het debat over techbeleid geïntensiveerd.

Het kabinet en de Tweede Kamer zoeken nadrukkelijk de verbinding met ondernemers. Oprichters zoals Jelle Prins (biotechbedrijf Cradle) spreken meerdere keren per week met ambtenaren en politici; beleidsvoorstellen worden tegenwoordig in grotere detail met bedrijven besproken. Investeerders en ondernemers, onder wie Eline van Beest, voeren aan dat de geopolitieke context politici gevoeliger heeft gemaakt voor strategische technologische zelfstandigheid. Ook oud‑ASML-topman Peter Wennink signaleert dat Den Haag meer aandacht heeft voor tech en innovatie.

Feitelijk staat Nederland er op onderdelen sterk voor: er zijn ruim 11.300 techbedrijven en circa 2,6 miljard euro aan durfkapitaal geïnvesteerd vorig jaar, waarmee Nederland per inwoner hoog in Europa scoort. Universiteiten behoren tot de wereldtop en het kabinet publiceerde dit jaar ambities in de Nationale Technologiestrategie 2035, met doel om koploper te worden in tien sleuteltechnologieën (zoals quantum en biotechnologie). De bottleneck blijft echter het opschalen van kennis naar grootschalige innovatie binnen Nederland.

De invloed van de sector op beleid is recent toegenomen. Een groep snelgroeiende ceo’s, verenigd in Techchampions, heeft actief gelobbyd; hun voorstellen zijn deels terug te vinden in het door Peter Wennink opgestelde innovatierapport. Uit dat dossier en het regeerakkoord komen plannen naar voren zoals een nationale investeringsinstelling voor risicovolle investeringen en een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie om urgente maatschappelijke problemen via doorbraken aan te pakken.

Er worden al concrete financiële en fiscale maatregelen genomen: versoepeling van bonusregels voor fintechs, een nieuwe optieregeling die aandelenbeloning in startups fiscaal aantrekkelijker maakt (vanaf volgend jaar) en toezeggingen dat pensioenfondsen substantieel in tech gaan investeren (PMT en PME samen 1,15 miljard euro; ook PGGM betrokken bij deals). Tegelijkertijd klinkt kritiek dat beleidskeuzes te veel ondernemersbelang bevoordelen en te weinig rekening houden met werknemers, vakbonden en digitale inclusie — bijvoorbeeld dat vakbonden niet aan tafel zaten bij het Wennink‑proces.

Peter Wennink kreeg begin april ruimschoots aandacht in de Kamer en pleitte onder meer voor het tijdelijk oplopen van staatsschuld om meer in jonge bedrijven te steken en voor soepeler staatssteunregels. Kamerleden en minister Heleen Herbert reageerden positief en gaan onderzoeken of regelgeving kan worden versoepeld. Conclusie: er is momentum en politieke ontvankelijkheid voor een pro‑techagenda, maar de uitvoering en de balans met sociale belangen blijven bepalend voor het uiteindelijke succes.