'Alles wankelt, dat is boeiend aan deze tijd'
In dit artikel:
Journalist Mark Lievisse Adriaanse (1994), politiek verslaggever bij NRC en auteur van Wat iedereen aangaat, waarschuwt dat de liberale democratie de afgelopen decennia systematisch is uitgehold: politieke instituten verzwakken terwijl grote bedrijven, vooral techreuzen en private-equity‑spelers, steeds meer macht naar zich toetreken. Die scheefgroei heeft geleid tot brede onvrede die zich uit in verkiezingsverschijnselen zoals Brexit, de verkiezing van Trump en de opkomst van populistische partijen in Europa (onder wie Geert Wilders, Marine Le Pen en Alice Weidel). Volgens Lievisse Adriaanse zijn autoritaire populisten symptoom, niet oorzaak; de echte ziekte is het verlies van zowel conflict als macht binnen democratieën.
Hij ziet twee fundamentele verzwakkingen. Ten eerste is het ideologische conflict vervlakt: partijen waren decennialang veel te veel op elkaar gaan lijken met een dominerend neoliberaal wereldbeeld (globalisering, privatisering, vrijhandel). Ten tweede heeft de democratie aan macht ingeboet doordat kapitaal, multinationals en platforms steeds minder gebonden zijn aan nationale democratische kaders. Handelsverdragen, versnelde kapitaalstromen en politieke keuzes hebben bedrijven in staat gesteld omvang en invloed te vergaren die democratische besluitvorming ondermijnen.
Die economische dimensie ontbreekt volgens hem vaak in het debat over democratische vernieuwing. In Den Haag en Brussel wordt vooral gedacht in institutionele tweaks (ander kiesstelsel, burgerberaden, gekozen premier), terwijl de kernvragen over eigendom, economische macht en publieke zeggenschap over productie en data te weinig worden besproken. Lokale voorbeelden van gemeenschapsvorming — buurthuizen, coöperatieve initiatieven, een Spoortuin in Rotterdam, welzijnscoalities in Delfshaven — tonen dat mensen wel degelijk bereid zijn samen publieke ruimte en solidariteit op te bouwen, maar dat marktsamenleving en individualisme het makkelijker maken om dit na te laten.
De digitale economie is een sleutelfactor in zijn analyse. Reclame en commerciële belangen verdringen publieke ruimte, smartphones en sociale media verzwakken ontmoetingsplaatsen en gemeenschapsgevoel (geciteerd wordt het begrip ‘posting alone’). Tech-CEO’s en bedrijven als OpenAI en Meta hebben volgens Lievisse Adriaanse een zodanige concentratie van macht dat simpele regulering onvoldoende is; democratieën zijn traag, bedrijven razendsnel, en kapitaal vindt manieren om regels te ontduiken via lobby en complexiteit. Daarom pleit hij niet alleen voor strengere regulering, maar voor fundamentele verkenning van alternatieven: minder afhankelijke, kleinschalige en democratisch georganiseerde techbedrijven, eigendomsmodellen waarin data-producers zeggenschap krijgen, en zelfs het loslaten van platforms in het dagelijkse leven.
Praktische hervormingen die hij noemt:
- Mededingingsrecht verbreden: concurrentieregels moeten niet alleen consumentenprijzen beschermen, maar ook democratische belangen, arbeidsrechten en milieu. Dit idee wint terrein bij juristen en speelt bij onderzoeken zoals die van de Nederlandse ACM.
- Sterkere toezichthouders: de ACM moet meer slagkracht, bevoegdheden en een assertievere cultuur krijgen om macht van spelers als Booking.com of ketens onder controle te houden.
- Internationaal rempedaal voor kapitaal: supranationale instellingen (IMF, Wereldbank, EU) en coördinatie tussen democratieën zijn nodig om globale kapitaalstromen en multinationals te temmen.
- Alternatieve bedrijfsmodellen: nationalisatie waar passend, coöperaties, steward-based ownership (missiegebonden stichtingen die winst teruggeven aan gemeenschap), en meer democratie op de werkvloer zijn middelen om economische macht te democratiseren.
Hij verzet zich tegen het reflexmatige verdedigen van de bestaande rechtsstaat door liberale elites zonder tegelijkertijd de ongelijkheden en macht van economische elites te adresseren. Het constante appel op rechtsstatelijkheid kan er toe leiden dat groepen voor wie het systeem niet werkt zich afkeren en vatbaar worden voor autoritair populisme. Lievisse Adriaanse pleit voor een “democratisch populisme” dat anti‑systeemgevoelens kanaliseert naar democratische, sociaal-economische hervormingen in plaats van naar autoritarisme.
Over de toekomst van het neoliberalisme is hij genuanceerd: de mondiale ordening van vrijhandel en open kapitaalstromen is aan het verschuiven — handelsspanningen en protektionistische tendensen zijn zichtbaar — maar de kernlogica die kapitaal boven democratie plaatst blijft krachtig. Als alternatief scenario ziet hij mogelijk staatskapitalistische patronen (samenwerking tussen staten en grote bedrijven), wat geen aantrekkelijk vooruitzicht is voor wie kleinschaligheid, lokale gemeenschappen en keuzevrijheid waardeert.
Belangrijk is zijn optimistische maar waakzame slotconclusie: de huidige periode is wankel en daarom ook vol kansen. De depolitisering van eerder decennia is doorbroken; er is ideologische energie, vooral buiten traditionele partijen en media, waarin nieuwe voorstellen en utopieën worden uitgedacht. Of dat leidt naar meer autocratie of juist naar een democratische vernieuwing hangt af van politieke keuzes: reguleren en democratiseren van economische macht, versterken van publieke en lokale samenwerkingsvormen, en het ontwikkelen van nieuwe eigendoms- en bedrijfsmodellen.
Kort gezegd: als democratie wil overleven en floreren, moet het debat verschuiven van louter institutionele aanpassingen naar een breed economisch-herstelplan dat macht en eigendom ter discussie stelt — van de straat en de buurt tot de Europese en mondiale schaal. Mark Lievisse Adriaanse nodigt uit om die discussie te voeren, omdat er volgens hem “nu meer ruimte is om na te denken over iets wezenlijk anders.”