Alleen in Limburg rekent meerderheid zich nog tot een geloof

vrijdag, 13 maart 2026 (07:12) - NU.nl

In dit artikel:

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat het aandeel Nederlanders dat zichzelf tot een kerkelijke of levensbeschouwelijke richting rekent in 2025 is gedaald naar 42 procent, na een korte opleving in 2024 toen dat nog 44 procent was. Op de langere termijn is er een duidelijke neergang: in 2010 behoorde nog 55 procent tot een geloofsgemeenschap.

Regionaal blijft Limburg de uitzondering: die provincie is de enige waar een meerderheid zichzelf gelovig noemt, met gemiddeld 58 procent tussen 2021 en 2025. Andere provincies kennen veel lagere aandelen; in Groningen, Drenthe en Noord‑Holland ligt het aandeel onder de 35 procent. Waar in 2016–2020 ook Noord‑Brabant, Gelderland en Overijssel meerderheden hadden, is dat nu niet meer het geval.

Katholieken vormen vooral in Limburg de grootste groep (ongeveer 46 procent van de provincie), terwijl Zeeland relatief het meest protestants is—bijna een kwart van de Zeeuwen. Binnen provincies bestaan sterke lokale patronen: protestantse concentraties zien we in noord‑Overijssel, op de Veluwe en in zuidoost‑Gelderland; katholieken zitten meer in Twente, de Achterhoek en rond Nijmegen.

Op het gebied van kerkbezoek is er een verschil tussen denominaties: ruim de helft van de protestanten bezoekt minimaal maandelijks een dienst, tegenover ongeveer 14 procent van de katholieken die maandelijks naar de mis gaat. Moslims wonen vooral in Flevoland, Zuid‑ en Noord‑Holland en in stedelijke regio’s; in de agglomeratie Amsterdam noemt circa 11 procent zich moslim, in en rond Den Haag zo’n 10 procent.

Leeftijd speelt een belangrijke rol in de religieuze betrokkenheid: in 2025 was 59 procent van de 75‑plussers gelovig, tegenover 30 procent van 18‑ tot 25‑jarigen. Dat weerspiegelt zich ook in de gemiddelde leeftijden binnen geloofsgroepen: katholieken en protestanten zijn met respectievelijk zo’n 58 en 54 jaar relatief oud, terwijl de gemiddelde leeftijd van moslims rond 38 jaar ligt. Verder geven vrouwen zich vaker als gelovig aan dan mannen; het grootste verschil tussen de geslachten blijkt onder 75‑plussers (64 procent van de vrouwen versus 54 procent van de mannen).

De CBS‑cijfers illustreren een voortgaande secularisatie in Nederland, met duidelijk regionale en demografische verschillen die laten zien dat religieuze verbondenheid afhangt van leeftijd, woonplaats en geloofsovertuiging.