Alle steenfruit is me dierbaar, maar kersen kunnen mij het hoofd op hol brengen
In dit artikel:
Kersentijd is voor de auteur het hoogtepunt van de zomer: van begin juli tot ver in het krappe achtweekse Nederlandse oogstseizoen volgt ze de verschillende rassen die vooral in de Betuwe en Brabant worden geteeld. Ze prijst niet alleen de oudere, moeilijker te oogsten kersenrassen, maar ook gewone supermarkt- en importkersen, omdat kersen volgens haar onweerstaanbaar zijn door hun glans, hun compacte vorm en het plezier van pitten uitspugen.
Het stuk draait uiteindelijk om haar favoriete gerecht: clafoutis, een Franse kersentaart zonder korst. Ze beschrijft een eigen, stevige en onregelmatige versie met veel fruit, karnemelk, bruine boter, kristalsuiker en nootmuskaat, vaak koud gegeten en zelfs als ontbijt. Daarbij houdt ze vast aan een traditionele Franse werkwijze: de pitten blijven erin, omdat die extra smaak geven. Tegelijk waarschuwt ze dat wie op die pitten kauwt, voorzichtig moet zijn: steenfruitpitten kunnen in grote hoeveelheden schadelijke stoffen vrijmaken. De kern van het verhaal is daarmee een zomerse ode aan kersen, ambachtelijke fruitteelt en een wat eigenzinnige liefde voor een rustiek dessert.
De Oranjezomer: Ben van der Burg krijgt kritiek op T-shirt en verschijnt na de reclame in compleet andere outfit