„Alle ouders die hun kind zelf les willen geven, moeten die mogelijkheid hebben"
In dit artikel:
Sjoerd Karsten, emeritus hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en deskundige op het gebied van thuisonderwijs, reageert kritisch op een eind april uitgesproken arrest van de Hoge Raad. Die oordeelde dat ouders alleen vrijstelling voor schoolplicht kunnen krijgen als zij aantonen dat het onderwijs op nabije openbare scholen — voor zover godsdienstig, levensbeschouwelijk of maatschappelijk van aard — niet op een objectieve, kritische en pluralistische manier wordt gegeven. Karsten noemt de huidige regelgeving „een gedrocht en discriminerend” en is verbaasd over de veronderstelling dat openbaar onderwijs altijd aan die normen voldoet.
Hij betoogt dat ouders niet moeten worden gedwongen te bewijzen dat openbare scholen tekortschieten, temeer omdat het merendeel van Nederlandse kinderen (ongeveer 70%) juist naar bijzonder onderwijs gaat, niet naar openbare scholen. Uit zijn eigen onderzoek naar segregatie volgt volgens hem dat pluralisme in scholen lang niet vanzelfsprekend is. Karsten vindt dat thuisonderwijs ook toegankelijk moet zijn voor ouders met pedagogische of didactische redenen — bijvoorbeeld bij pesten, hoogbegaafdheid of speciale talenten — en niet alleen voor mensen met levensbeschouwelijke bezwaren.
Karsten juicht het voornemen van staatssecretaris Tielen om de regeling te onderzoeken toe, maar waarschuwt dat een afschaffing alleen acceptabel is als er een degelijke vervangende regeling en toezicht komen. Hij wijst op het Europese voorbeeld: vrijwel alle Europese landen staan thuisonderwijs toe, en in Ierland is dat recht zelfs vastgelegd in de grondwet. Volgens Karsten heeft de Nederlandse overheid door het ontbrekende beleid en gebrekkig toezicht al schade veroorzaakt.
Om praktijkproblemen te ondervangen, richtte Karsten ruim een decennium geleden met een collega de Stichting Keurmerk Thuisonderwijs op. Die verstrekt op vrijwillige basis een keurmerk door leerplannen en de uitvoering daarvan te beoordelen — een rol die hij vindt dat de overheid had moeten vervullen. Hij wijst er verder op dat van formeel toezicht vergelijkbare situaties bestaan: ongeveer 2.800 leerlingen krijgen momenteel thuisonderwijs in Nederland, terwijl naar schatting 70.000 kinderen thuiszitten zonder goed onderwijs; daarnaast volgen veel thuiswonende kinderen in het buitenland onderwijs zonder Nederlandse controle.
Zijn advies aan thuisonderwijzende ouders is voorlopig: blijf vrijstelling aanvragen en kijk eventueel naar Europese wetgeving, maar vermijd verdere juridische escalatie. Uiteindelijk legt Karsten de verantwoordelijkheid bij de overheid: zij moet een heldere, rechtvaardige regeling en toezicht op thuisonderwijs regelen in plaats van ouders te be- of veroordelen.