Ali Smith: 'We zijn niet gemaakt van data. We zijn gelaagde, mysterieuze, filosofische, rebelse wezens'
In dit artikel:
In dit essay gebruikt de auteur Belle van Zuylen als uitgangspunt voor een bredere beschouwing over verbeelding, geestkracht en de betrouwbaarheid van bronnen in het AI-tijdperk. De aanleiding is een onverwachte associatie tussen Van Zuylens voornaam en de fantasievolle personages die de moeder van de auteur na het wekelijkse bad tot leven bracht. Die herinnering staat voor creatieve vrijheid: het vermogen om, ondanks sociale of persoonlijke beperkingen, steeds opnieuw een eigen identiteit te verbeelden.
De auteur verdiept zich vervolgens in Belle van Zuylen, de achttiende-eeuwse schrijfster die later bekend werd als Madame de Charrière. Hoewel zij van adel was, ontwikkelde zij zich tot een veelzijdige en eigenzinnige schrijver, dramaturg, essayist, briefschrijver, componist en intellectueel. In haar roman *Le Noble* dreef ze de spot met de adel; haar familie vond het boek zo schandalig dat haar vader de oplage probeerde op te kopen. Van Zuylen verzette zich tegen de verwachtingen die aan vrouwen en aristocraten werden opgelegd, trouwde beneden haar stand en sprak zich uit over maatschappelijke en koloniale misstanden. Haar scherpe geest en onafhankelijke houding worden volgens de auteur zichtbaar in zowel haar geschriften als de vele portretten die van haar zijn gemaakt.
Tegelijkertijd benadrukt het essay dat veel informatie over Van Zuylen online moeilijk te controleren is. De auteur weet niet zeker welke verhalen, citaten en interpretaties betrouwbaar zijn. Dat probleem kent diegene uit eigen ervaring. Een gedicht dat tientallen jaren eerder was gepubliceerd, werd door AI ten onrechte aan een Indiase schrijver toegeschreven. Nadat een menselijke onderzoeker de juiste herkomst had vastgesteld, paste AI zijn antwoord aan, maar zonder werkelijk begrip van de fout. Ook verzon AI een vriendschap tussen de auteur en zangeres PJ Harvey. Toen de auteur die onwaarheid later tijdens een optreden als voorbeeld aanhaalde, veranderde de fout online in een nieuw, waargebeurd feit: AI meldde voortaan dat de auteur had verteld dat de eerdere bewering onjuist was.
Volgens de auteur laat dit zien dat AI waarheid en verzinsel op dezelfde manier als bron kan behandelen. Informatie wordt herhaald, aangepast en opnieuw als bewijs gebruikt, waardoor onjuistheden steeds moeilijker van feiten te onderscheiden zijn. Dat is niet alleen een onschuldig probleem bij biografische details. Als vertrouwen in bronnen op grote schaal wordt ondermijnd, kan dat ook gevolgen hebben voor onderwerpen die maatschappelijk veel belangrijker zijn.
De auteur is niet principieel tegen AI of het internet. Beide kunnen waardevolle hulpmiddelen zijn, bijvoorbeeld bij het vinden van medische informatie of potentiële stamceldonoren. Wel waarschuwt het essay voor de menselijke verantwoordelijkheid achter technologie, voor bedrijven en machtsstructuren die bepalen hoe systemen worden gebouwd en gebruikt, en voor de groeiende afhankelijkheid van schermen als primaire bron van kennis. Ook de verwerking van boeken baart zorgen: boeken worden volgens het essay op grote schaal uit elkaar gehaald en als trainingsmateriaal aan machines gevoerd, terwijl hun historische, lichamelijke en emotionele betekenis verloren gaat. Daar komt het enorme waterverbruik van datacentra bij.
Tegenover die machinale omgang met kennis plaatst de auteur het levende, gelaagde karakter van mensen en taal. Mensen zijn volgens het essay geen data, maar complexe, nieuwsgierige en opstandige wezens. De persoonlijke geschiedenis van de moeder — die door armoede en oorlog weinig formeel onderwijs kreeg, maar wel grote intelligentie en verbeeldingskracht bezat — vormt daarvan een belangrijk voorbeeld. Ook de niet bij naam geregistreerde dochters in historische archieven laten zien hoeveel vrouwelijke kennis en talent verloren zijn gegaan.
De centrale oproep is daarom om digitale hulpmiddelen kritisch te gebruiken en menselijke bronnen, context en controle te beschermen. De uiteindelijke bron van menselijke creativiteit en vernieuwing ligt volgens de auteur niet in data, maar in geestkracht. Zelfs wanneer het graf van Belle van Zuylen verdwenen is en haar resten niet meer te traceren zijn, kan haar intellectuele vrijheid niet volledig worden vastgelegd of opgesloten. Zij blijft daardoor, in de woorden van het essay, ‘op vrije voeten’.
Vandaag Inside: Tina Nijkamp gaat In de Wandelgangen verder in op uitspraken Angela de Jong: 'Dat vind ik jammer...'