Ali Chahrour maakte When I Saw The Sea in een door oorlog geteisterd Libanon: 'We probeerden te overleven door deze voorstelling, het was het enige dat we hadden'
In dit artikel:
De Libanese choreograaf Ali Chahrour brengt zijn nieuwe voorstelling When I Saw The Sea mogelijk dit jaar naar Amsterdam (Holland Festival / Theater Bellevue, 10–14 juni). Het werk onderzoekt de systematische uitbuiting van vrouwelijke arbeidsmigranten in Libanon onder het kafalasysteem — een regime waarbij huishoudelijke werknemers uit landen als Ethiopië, Ghana en Sri Lanka hun rechten verliezen en juridisch afhankelijk zijn van hun werkgever.
Chahrour werkte twee jaar aan de voorstelling, maar het idee leeft al vijftien jaar; een vroeg moment van confrontatie met het geweld tegen een werkster van buren maakte diepe indruk op hem. De onmiddellijke aanleiding was de oorlog van 2024: toen Libanese gezinnen wegvluchtten voor Israëlische bombardementen, lieten zij veel werknemers zonder geld en voedsel op straat achter. Voor velen bood alleen de zee een veilige, of op z’n minst vrije, ruimte — een ervaring die in de voorstelling centraal staat.
Op het podium geven drie vrouwen die slachtoffer werden van het kafalasysteem hun herinneringen vorm met lichaam en stem. Chahrour werkt bewust met niet‑professionals en hanteert een hybride vorm die dans, performance, muziek en theater vermengt; zijn rol is vooral luisteren en begeleiden zodat de performers hun eigen bewegingstaal vinden. Repetities vonden vaak onder gevaarlijke omstandigheden plaats en voor de deelnemers bood het project niet alleen artistieke expressie maar ook een middel van overleven en hoop.
De huidige escalatie van het geweld in Libanon bedreigt de veiligheid van het team en zet de voortgang op scherp — Chahrour zegt dat deelname afhangt van de bereikbaarheid van het vliegveld en de veiligheid: “Zolang het vliegveld open is en wij nog leven, komen we.” Binnen Libanon riep de voorstelling weerstand op; publiek en families voelden zich soms ongemakkelijk bij de onthulling van intern geweld. Chahrour ziet kleine veranderingen dankzij zijn werk, maar blijft sceptisch over grootschalige verbeteringen in het systeem.