Ali (44) runt restaurant Fatoush in Groningen. In Libanon verloor hij deze week acht familieleden. 'Het waren gezinnen, thuis'
In dit artikel:
Het is een sombere ramadan voor Ali Farhat, eigenaar van restaurant Fatoush in Groningen: bij Israëlische aanvallen in Libanon zijn deze week acht van zijn familieleden omgekomen. De slachtoffers — onder wie een achterneef met zijn vrouw, dochters en kleinkinderen — waren volgens Ali thuis en konden niet vluchten omdat ze de middelen niet hadden.
Ali (44), die sinds 2016 in Groningen woont, en de in Hoogezand opgegroeide Karim Hijazi (21) zitten tijdens de iftar samen in het restaurant. Ze breken het vasten met traditionele gerechten, maar achter de maaltijd hangt voortdurend de spanning van het geweld in Libanon. Ali houdt op zijn telefoon een collage met portretten van de overledenen; contact met familie in het zuiden van het land is soms beperkt tot korte voiceberichten als teken dat ze nog leven. „Je houdt je hand constant op het hart”, zegt Karim over het voortdurend controleren van telefoontjes.
Libanon raakte sinds 2 maart direct betrokken bij het Midden-Oostenconflict. Volgens het artikel vuurde Hezbollah, een door Iran gesteunde beweging, raketten en drones af op Israël als vergelding voor de moord op ayatollah Ali Khamenei; Israël reageerde met zware bombardementen en grondacties. Door de gevechten zijn volgens lokale autoriteiten minstens 687 mensen omgekomen, waaronder 98 kinderen, en bijna een miljoen mensen ontheemd geraakt. Vluchten is voor veel Libanezen praktisch onmogelijk: de economische crisis heeft woningen onbetaalbaar gemaakt en het land herbergt bovendien ruim een miljoen Syrische vluchtelingen, waardoor plaats en geld ontbreken.
Ali’s familie woont deels in Nmeirieh en in dorpen dicht bij de Israëlische grens. Karim vertelt over een eerdere reis naar Blida, waar hun familie woonde: het huis was weggevaagd, straten vol kapotte en door tanks platgereden auto’s, en zelfs het graf van zijn grootvader was niet meer te vinden. Volgens Israël is het zuiden van Libanon een bolwerk van Hezbollah en worden woonwijken gebruikt voor militaire activiteiten; Hezbollah ontkent dit. Intussen heeft het Israëlische leger een nieuw evacuatiebevel uitgevaardigd voor bewoners tot circa 40 kilometer van de grens.
Voor Ali en Karim biedt de ramadan enige houvast; de vastenperiode benadrukt volgens hen gastvrijheid en geduld, ook tegenover mensen die niets met het conflict te maken hebben. Ze hopen op een staakt‑het‑vuren vóór het einde van de ramadan, maar zien dat Israël zegt door te gaan tot Hezbollah ontwapend is. Ali vat hun nood samen: machteloosheid over de situatie van familieleden en het dringende verlangen dat het stopt — „De prijs van vrede is altijd lager dan die van oorlog”, zegt hij.