Aletta Jacobsprijs voor minister Elanor Boekholt-O'Sullivan. Ze dacht dat het een vergissing was
In dit artikel:
Elanor Boekholt-O’Sullivan (50) kreeg de Aletta Jacobsprijs van de Rijksuniversiteit Groningen als erkenning voor haar inzet voor vrouwenrechten en -veiligheid. Recent benoemd tot minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stond ze te midden van een omslag: van een lange, uitzonderlijke loopbaan bij Defensie naar de politiek, met meteen ambitieuze woningplannen.
Oorsprong en carrière: geboren in Ierland en op tweejarige leeftijd met haar moeder en broers naar Nederland gekomen, koos ze op jonge leeftijd voor Defensie vanwege de praktische kansen en duidelijkheid. Ze maakte een snelle opmars binnen de krijgsmacht: ze was de eerste vrouwelijke niet-vliegende commandant van vliegbasis Eindhoven en in 2022 de eerste vrouw die als luitenant-generaal werd bevorderd — de op een na hoogste rang. In die mannenwereld ontwikkelde ze zich tot pleitbezorger voor betere uitrusting en aandacht voor vrouwelijke militairen, bijvoorbeeld door te zorgen dat kogelwerende vesten en rugzakken ook op het vrouwenlichaam worden afgestemd.
Persoonlijkheid en leiderschap: Boekholt-O’Sullivan beschrijft zichzelf als introvert en hoogsensitief. Ze werkt bewuster met die eigenschappen en benadrukt authentiek leiderschap: door eerlijk en doortastend te zijn wint ze volgers en respect. Als minister houdt ze vast aan een open, vragende houding en benadrukt ze dat beleidswerk alleen lukt in samenwerking met anderen.
Woningopgave en plannen: haar portefeuille omvat een grote opgave: het tekort aan huizen. Haar doel is ambitieus: een miljoen woningen in tien jaar. Ze staat positief tegenover ideeën zoals het onderzoeken van nieuwe steden, maar wil ook snel bereiken via bestaande instrumenten: splitsen van woningen, optoppen, het aantrekkelijk maken van kleiner wonen en het weghalen van belemmerende regelgeving. Ze erkent dat procedures mensen kunnen ontmoedigen en wil die versnellen zodat doorstroming mogelijk wordt (studenten naar starterswoningen, starters naar gezinswoningen, etc.).
Veiligheid van vrouwen: als drijfveer noemt ze vooral veiligheid. Naast het verbeteren van materiële zaken in Defensie wil ze in haar ministerrol wijken ontwerpen waar vrouwen zich veilig voelen — geen donkere steegjes of verlaten bushokjes, en veiligheidsaspecten al in de ontwerpfase meenemen. Met de Aletta Jacobsprijs wil ze die agenda hoog houden: ze kondigt een "Actie Aletta" aan — een collegetour langs zestien universiteitssteden om vrouwenveiligheid bespreekbaar te houden en te mobiliseren.
Pragmatisch maar principieel, stapt Boekholt-O’Sullivan vanuit een geprofileerde militaire loopbaan de maatschappelijke opgave van woningbouw en openbare veiligheid in, met een nadruk op concrete maatregelen en het wegnemen van bureaucratische obstakels.