Alaak Akuei verruilde bendegeweld voor het sportveld: Of ik werd kindsoldaat, of ik ging voetballen
In dit artikel:
In een arme buitenwijk van Juba, de hoofdstad van Zuid-Soedan, probeert de 24-jarige Alaak Akuei met zijn Young Dreams Foundation straatjongeren weg te houden van bendes en geweld door hen een plek te geven waar ze kunnen sporten, schaken en verantwoordelijkheid leren dragen. De organisatie begon klein, met zeven jongens, maar trekt inmiddels zo’n 2000 jongeren die in het weekend naar het veld in Sherikat komen.
Akuei, zelf ooit bendeleider en meerdere keren in de gevangenis beland, weet uit ervaring waarom jongeren zich aansluiten bij criminele groepen: veel van hen leven op straat, hebben honger, missen familie en zoeken veiligheid, status en een gevoel van erbij horen. Tijdens de Zuid-Soedanese burgeroorlog kwam hij naar Juba, raakte dakloos en vormde met vrienden de bende Black Street Boys. Pas na een laatste gevangenisstraf besloot hij zijn leven om te gooien en koos hij voor voetbal in plaats van geweld.
De stichting geeft voormalige bendeleden ook nieuwe taken: inmiddels zijn 24 coaches oud-gangmembers. Jongeren als Gabriel Ngong en Joseph Bol vertellen dat sport hen structuur en afleiding biedt, terwijl ze vroeger zelf naar een bende neigden. Ngong probeert nu te werken, te studeren en zijn familie te ondersteunen; Bol begeleidt nu anderen op het veld.
De nood is groot: onderzoek van hulporganisatie Nonviolent Peaceforce laat zien dat jeugdbendes in en rond Juba verantwoordelijk zijn voor een groot deel van het geweld. Tegelijkertijd zijn harde politieacties en arrestaties van jongeren op basis van uiterlijk bekritiseerd door mensenrechtenorganisaties, omdat die vaak gepaard gaan met mishandeling en gedwongen rekrutering. Akuei ziet het als zijn missie om jongeren iets anders te bieden dan straatleven, drugs en criminaliteit, maar structurele financiering ontbreekt. Zijn boodschap is simpel: wie speelt, vecht niet.
Vandaag Inside Oranje: Wilfred Genee verrast door echte naam van Dave Maasland: ‘Ik dacht dat jij het wist!’