Al decennialang worstelen de sociaal-democraten met migratie, tonen Coen van de Ven en Wim Meijer in recente boeken

woensdag, 22 oktober 2025 (12:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Bijna een kwart eeuw na het documentaireproject in de Kolenkitbuurt gebruikt de auteur die ervaring als kapstok om te onderzoeken of het nieuwe politieke blok GroenLinks‑PvdA eindelijk een houdbaar antwoord kan bieden op migratie en asiel. Twee recente boeken – Een links verhaal van Coen van de Ven en Brieven aan Joop van oud‑staatssecretaris Wim Meijer – laten zien hoe die discussie binnen en buiten de partij wordt gevoerd en waarom een koerswijziging essentieel wordt geacht om weer verbinding te maken met brede lagen van kiezers.

Van de Ven schetst in zijn reconstructie van de fusie tussen GroenLinks en PvdA een complex samenspel van interne netwerken en invloedrijke denktanks. In plaats van dat migratie van bovenaf op de agenda werd gezet, kwam het denken over grenzen en identiteit voort uit onderzoek en advies van buiten. Monika Sie Dhian Ho (Clingendael) introduceerde een tweedeling waarin de traditionele links‑rechtsas wordt overlapt door een kosmopolitisme‑tegen‑nationalisme dimensie. Naast haar is de Vlaamse socioloog Mark Elchardus belangrijk: zijn boek Reset betoogde dat het migratiebeleid vastliep en leverde handvatten die verderwerkten in de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen (waar Sie vicevoorzitter was en Paul Scheffer deelnam). Die commissie formuleerde voorstellen om migrantentoegang meer te sturen op arbeidsmarktvraag — een aanpak die overeenkomsten vertoont met het Canadese model.

Economisch commentatoren signaleerden dat GroenLinks‑PvdA als enige partij expliciet wil ingrijpen in sectorspecifieke goedkope arbeidsmigratie, met concrete maatregelen zoals het ontmoedigen van vestiging van bedrijven die vooral van laagbetaalde buitenlandse arbeidskrachten afhankelijk zijn (voorbeeld: vlees‑ en metaalsector). Zo’n beleid moet volgens voorstanders zowel de zorgen van burgers over druk op lonen en voorzieningen adresseren als de deur openhouden voor gevraagde arbeidskrachten in zorg, ICT en bouw.

Wim Meijer waarschuwt in zijn brieven tegen simplistische retoriek en populistische reflexen: migratie moet worden losgeknipt van mythen en in samenhang met de echte oorzaken en effecten worden behandeld. Meijer benadrukt het gemeenschapsideaal — solidariteit, wederkerigheid en sociale rechtvaardigheid — als ethische basis van sociaal‑democratische politiek en pleit voor een realistische, op lange termijn gerichte aanpak. Hij ziet een sleutelrol voor centrumpolitiek en waarschuwt dat de flanken van het politieke spectrum geen duurzame oplossingen bieden.

Politiek houdt zich nu voor de vraag: worden de verkiezingen bepalend door polarisatie en straatrumoer, of opent het electoraat in het midden de weg naar een brede ‘verbindingsschakelcoalitie’? De auteur suggereert dat juist een samenwerking tussen GroenLinks‑PvdA en partijen als het CDA, mits bereid tot pragmatisch bestuur en maatschappelijke coalitievorming, structurele hervormingen kan doorvoeren. Het terugkerende voorbeeld van de Akbarstraat illustreert dat verbetering mogelijk is, maar veel tijd en vasthoudendheid vergt; progressieve politiek heeft volgens de auteur zowel consistentie als zelfkritiek nodig om effectief te zijn.

Kortom: de boeken tonen een breed gedragen overtuiging binnen delen van GroenLinks‑PvdA en hun adviseurs dat een combinatie van begrenzing en gerichte toelating, ingebed in een sociaal‑democratisch gemeenschapsideaal en gesteund door centrumcoalities, de meest kansrijke route is om migratie en asiel duurzaam te regelen en opnieuw aansluiting te vinden met de ‘solidaire meerderheid’.