Al bijna dertig jaar hoor ik dezelfde loze belofte: geen dakloze zou nog op straat moeten slapen
In dit artikel:
De auteur blikt terug op bijna drie decennia Amsterdamse beloften om dakloosheid uit te bannen. Toen hij in 1997 bij Het Parool begon, stelde het stadsbestuur dat vanaf 2000 niemand meer gedwongen op straat zou slapen. Die doelstelling werd niet gehaald: ook na de nieuwe deadline van eind 2000 waren opvanglocaties overvol en sliepen veel mensen buiten. De verantwoordelijke wethouder verwees daarbij onder meer naar problemen in de vastgoedsector.
De daklozenpopulatie kreeg bovendien vaker te maken met zware psychiatrische problemen, geregeld in combinatie met verslaving. Een noodopvang voor deze groep mislukte in 2002 al snel door onderbezetting en een tekort aan matrassen. In 2008 volgde opnieuw een bestuurlijke belofte: een zogenoemd instroomhuis zou mensen binnen zes weken helpen met schulden en huisvesting. De gemeentelijke ombudsman concludeerde in 2010 dat dit in de praktijk niet was gelukt en noemde de aanpak onbehoorlijk.
Volgens de auteur zijn toezeggingen aan de meest kwetsbare Amsterdammers sindsdien structureel onvoldoende waargemaakt. Hij ziet daarvan nog altijd de gevolgen in het straatbeeld, nu de stad kampt met een crackepidemie en de GGD waarschuwt dat een samenhangend gemeentelijk beleid ontbreekt. Door de versnippering van de hulpverlening is er volgens de column onvoldoende overzicht, terwijl geschikte opvang en zorg schaars zijn.
Ook de overlast en veiligheidsrisico’s rond mensen met ernstige psychische problemen nemen volgens hem toe. Daarbij vallen geregeld incidenten met zwaar geweld, soms met dodelijke afloop. De auteur plaatst kanttekeningen bij de voorkeur voor de term ‘mensen met onbegrepen gedrag’ in plaats van ‘verwarden’: volgens hem is naast zorgvuldiger taal vooral concrete, doortastende hulp nodig.
De Oranjezomer: Sterrenkundige Liam Pieters legt uit: hoe kun je de zonsverduistering bekijken zonder eclipsbril?