Al bijna 5.000 werklozen vechten verlies van uitkering aan, rechtbanken bezorgd

woensdag, 29 april 2026 (11:21) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Bijna 5.000 langdurig werklozen hebben hun zaak bij de arbeidsrechtbanken ingediend om de stopzetting van hun werkloosheidsuitkering aan te vechten. Het College van hoven en rechtbanken registreert 4.794 nieuwe dossiers, met een opvallende concentratie in Luik waar in korte tijd 2.377 zaken bijkwamen. Ter vergelijking: in een normaal jaar behandelen alle Belgische arbeidsrechtbanken samen doorgaans minder dan 2.000 vergelijkbare procedures. Sinds 1 januari verloren volgens cijfers al 86.000 mensen hun uitkering; betrokkenen kunnen tot drie maanden na ontvangst van de brief die het einde meldt, beroep aantekenen.

Vakbonden ondersteunen massaal de klachten: het ABVV meldt bijvoorbeeld dat het al 3.770 procedures namens leden heeft opgestart. Hun juridische kernargument is dat de beperking van de uitkeringen neerkomt op een terugval in sociale bescherming en mogelijk in strijd is met artikel 23 van de Grondwet — het zogenaamde standstillprincipe dat een verworven niveau van sociale bescherming niet zonder zwaarwegende democratische noodzaak mag worden uitgehold. De regering en het parlement verdedigen de maatregel als een noodzakelijke ingreep om de bestaande bescherming voor de rest van de bevolking in stand te houden; de vakbonden betwisten zowel de proportionaliteit als de onderbouwing daarvan.

Rechtbanken waarschuwen voor de praktische gevolgen: rechters verwachten een sterke toename van de werklast en zien nu al een stijging van soortgelijke zaken (rond ziekte, invaliditeit, OCMW-uitkeringen, schuldenregelingen). Tegelijk neemt het aantal arbeidsrechters af, waardoor doorlooptijden kunnen oplopen en achterstanden in dossiers dreigen te groeien — nadelig voor burgers die afhankelijk zijn van snelle uitspraken. Sommige arbeidsrechtbanken zullen deze herfst al dossiers behandelen, maar de grote juridische knoop ligt bij het Grondwettelijk Hof: arbeidsrechtbanken kunnen wetten niet zelf ongrondwettig verklaren en moeten prejudiciële vragen voorleggen of wachten op een lopende procedure bij het Hof. Voor de betrokkenen is dat problematisch omdat zij ondertussen hun uitkering al kwijt zijn.

Als het Grondwettelijk Hof de maatregelen terugdraait, kunnen getroffen mensen mogelijk achterstallige uitkeringen terugkrijgen; het traject en de impact op rechtbanken en burgers blijven echter onzeker en kunnen langdurig zijn.