Ajax probeert een lekkend schip te redden door de bemanning overboord te gooien
In dit artikel:
Jop van Kempen, al bijna vijftien jaar Ajax-verslaggever, sluit met deze aflevering zijn rubriek De rood‑witte schare af en trekt een stevige conclusie: het komende seizoen wordt voor Ajax quitte of dubbel. Na een reeks zwakke jaren onder onder anderen Sven Mislintat, Maurice Steijn en John van ’t Schip (met als dieptepunt een vijfde plek) ontbreekt het volgens waarnemers aan visie, leiderschap en een duidelijke clubidentiteit.
Voormalig keeper Remko Pasveer wees er al op dat de blauwdruk van hoe Ajax wil spelen en werken ooit leidend was, maar door grote aantallen nieuwe spelers die de club niet kennen raakt die identiteit beschadigd. Huidige spelers als Steven Berghuis benadrukken dat consistentie in speelwijze en passende spelers per positie essentieel zijn om iedereen optimaal te laten presteren. Trainer Francesco Farioli liet zien dat er in één seizoen winst te boeken valt, maar waarschuwde tegelijk dat structurele verbetering alleen lukt als de hele voetbaltak—opleiding, scouting, medische staf en performance—op orde is; hij noemde de organisatie sleets, bureaucratisch en onrustig.
Bestuurders en commissarissen die Jordi Cruijff als technisch directeur naar binnen haalden (onder wie Edo Ophof, Dirk Anbeek en Menno Geelen) hebben hem carte blanche gegeven om de voetbaltak naar eigen inzicht te herstructureren. Cruijff kiest ervoor rond de falende organisatie te werken en personeelswisselingen door te voeren. Van Kempen waarschuwt dat zo’n solistische ingreep tijdelijk resultaat kan opleveren—met de juiste trainer en enkele gerichte aankopen misschien snel succes—maar dat de onderliggende organisatorische problemen daarmee niet vanzelf verdwijnen.
Als Cruijff faalt, bevestigt dat volgens Van Kempen dat Ajax te veel inzet op één man in plaats van op een robuuste topsportorganisatie.