AIVD doet verwoede pogingen om burgers te criminaliseren

woensdag, 29 april 2026 (07:48) - Indepen

In dit artikel:

De Nederlandse inlichtingendienst AIVD publiceerde een omvangrijk rapport over de binnenlandse situatie, met bijzondere aandacht voor wat zij bestempelt als “anti-institutioneel extremisme”. De auteur van het stuk betwist die kwalificatie: volgens hem gaat het veelal om geweldloos verzet en politieke oppositie die door de AIVD en het Openbaar Ministerie (OM) als een veiligheidsprobleem wordt gepresenteerd.

Het rapport verwijst naar aanhoudingen in 2024 en 2025. Bij de inval in 2025 meldde de politie aanvankelijk via de media dat er wapens en zwaar vuurwerk waren gevonden; later bleek het te gaan om een kruisboog van een personeelsvereniging en vuurwerk van circa tien jaar oud. Verschillende betrokkenen zaten vervolgens maanden vast, maar het OM kon later geen rechtsgrond voor die langdurige opsluiting geven. Over de groep van tien die in 2024 was aangehouden, noteert het rapport dat de rechtbank in november 2025 niet oordeelde dat er sprake was van een terroristische organisatie; de rechter kwalificeerde het hoogstens als een criminele organisatie die zou hebben opgeruimd tot een terroristisch misdrijf. Het OM ging in beroep tegen delen van die uitspraak.

De auteur hekelt de terminologie en het taalgebruik van de AIVD: vage beweringen over “geweld” en “wapens”, suggesties dat sommigen zouden hebben geprobeerd illegale vuurwapens te kopen, en het aanwijzen van legale middelen (zoals kruisbogen, messen of zware persluchtwapens) als indicatie van dreiging. Volgens de schrijver ontbreekt overtuigend bewijs voor veel van de veronderstellingen in het rapport; in de rechtszaal blijken die veelal te worden weerlegd. Hij stelt dat de AIVD door dergelijke inschattingen het OM aanzet tot harde politieoptredens die eerder intimiderend werken dan dat ze echte dreigingen neutraliseren. Het rapport zelf erkent dat de aanhoudingen geen duidelijke afschrikwekkende werking hadden op de betreffende groepen.

Verder bekritiseert de auteur dat de AIVD nieuwe, vaag omschreven categorieën zoals “nihilistisch gewelddadig extremisme” introduceert en daarmee feitelijk zijn eigen werkterrein creëert. Hij wijst ook op tegenstrijdigheden: enerzijds wordt gezegd dat er geen georganiseerd landschap is, anderzijds wordt over organisaties en criminele samenwerkingsverbanden gesproken.

Als positieve noot citeert het artikel dat de AIVD in het rapport aanvankelijk stelt dat anti-institutioneel extremisme vooral een maatschappelijk probleem is, geworteld in onvrede en wantrouwen jegens instituten. De auteur pleit ervoor dat in plaats van louter grote rapporten en rechtvaardigingen voor politieoptreden, de AIVD en andere instanties daadwerkelijk de buurten en mensen opzoeken om naar onderliggende klachten te luisteren. In zijn ogen is veel protest legitiem democratisch verzet en geen misdrijf, en het systeem moet werken om die democratische ruimte te beschermen in plaats van te onderdrukken.