AI-tool van ds. Otte geeft preekschets op presenteerblaadje

vrijdag, 9 januari 2026 (16:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Ds. Wim Otte, predikant en hoofddocent klinische epidemiologie in Utrecht, ontwikkelt een geavanceerd AI-programma dat binnen een uur een volledige kerkdienst kan samenstellen. De tool vraagt drie invoergegevens: de datum (voor het kerkelijk jaar), de gemeente waar de dienst plaatsvindt en het bijbelgedeelte dat de predikant wil behandelen. Op basis daarvan genereert het niet alleen een liturgievoorstel en een preekschets, maar ook exegetische toelichting, suggesties voor psalmen en liederen (uit het Liedboek voor de Kerken), ideeën voor bloemschikking en gebedsmotieven, plus achtergrondinformatie over het stemgedrag en mogelijke geloofsvragen binnen de gemeente.

Otte combineert zijn ervaring met taalmodellen (hij programmeert al sinds zijn theologiestudie) met kennis uit de medische AI-toepassingen waaraan hij in het UMC Utrecht werkt. Hij beschrijft het systeem als een keten van meerdere AI-modellen die elk een specifieke taak krijgen; de modellen bouwen sequentieel op elkaars output, waardoor de onderdelen van de dienst onderling samenhang vertonen. Voor preekschetsen biedt het programma tien verschillende stijlen (bijvoorbeeld poëtisch, rabbijns, literair of apocalyptisch) en Otte schrijft uitgebreide instructies (“prompts”) om een gewenste theologische toon na te bootsen, zoals die van Dorothee Sölle.

Ten opzichte van algemene tekstmodellen als ChatGPT benadrukt Otte twee verschillen: hij laat de exegese uitsluitend baseren op bestaande commentaren en controleert of voorgestelde liederen daadwerkelijk in het Liedboek staan, waarmee hij hallucinerende of onbetrouwbare verwijzingen wil vermijden. Bovendien heeft hij structurele predikantsconventies (ellende → wanhoop → Evangelie → oproep) ingebouwd, zodat output niet alleen grammaticaal maar ook vormelijk aansluit bij een preekgenre. Via een “i’tje” kan de gebruiker onder de motorkap zien welke keuzes de machine maakte.

Otte heeft het programma nog niet routinematig in de eigen eredienst gebruikt en raadt collega’s aan het ook niet meteen volledig in te zetten; hij ziet het vooral als hulpmiddel voor onderdelen waar predikanten moeite mee hebben, zoals het kindermoment of het opstellen van originele gebeden. Zijn doel is vooral kwaliteitsverbetering: hij wil predikanten helpen de lat voor preken hoger te leggen en tijd vrij te maken voor diepgaandere werkzaamheden (bijvoorbeeld werkvertalingen uit de grondtalen). Daarnaast bouwde hij een aparte feedbacktool die preken beoordeelt op criteria van theoloog Willem‑Maarten Dekker, met scores voor exegese, ernst en andere componenten — bedoeld om predikanten concreet te helpen hun homiletiek aan te scherpen.

Otte bespreekt ook bezwaren en risico’s. Hij erkent dat theologie en geneeskunde conservatief zijn in het opnemen van nieuwe techniek en dat er verleidingen bestaan om AI als shortcut te gebruiken, vooral bij werkdruk (bijvoorbeeld in weken met uitvaarten en huwelijken). Hij betoogt echter dat AI specialisten niet vervangt maar hun werk verandert — een ervaring die hij ziet terugkomen in de geneeskunde — en dat predikanten uiteindelijk zelf beslist of en hoe zij teksten overnemen; de door het programma geleverde preekschetsen zijn relatief kort (circa 500 woorden) en bedoeld als startpunt, niet als kant-en-klare vervanging.

Kritische vragen blijven wel relevant: authenticiteit van prediking, vertrouwen van gemeenteleden, theologische verantwoording bij het nadoen van specifieke theologen en privacy van gemeentelijke informatie. Otte verdedigt het gebruik van theologische stijlen als onderdeel van een levende traditie van navolging en variatie, en ziet de tool als instrument om predikantschap te versterken, niet te vervangen.