AI luistert steeds vaker mee met gesprekken tussen huisarts en patiënt
In dit artikel:
Kunstmatige intelligentie wordt snel populair als digitale notulist in Nederlandse huisartsenpraktijken. In een Nivel-enquête zei 36 procent van de deelnemende praktijken deze vorm van spraakgestuurde verslaglegging te gebruiken, tegenover 14 procent een jaar eerder. Omdat ruim 800 van de 4.500 benaderde praktijken reageerden, is het exacte landelijke aantal onbekend, maar zeker honderden praktijken werken ermee.
De technologie neemt gesprekken op, zet die om in tekst en maakt daarvan een concept voor het patiëntendossier. Huisartsen hoeven daardoor minder te typen en hielden in onderzoek van het Erasmus MC gemiddeld 42,7 seconden per consult over. Dat levert volgens de onderzoekers vooral meer rust en minder mentale belasting op, niet automatisch ruimte voor extra patiënten.
Een onderzoek naar 535 consulten liet zien dat AI de klachten, diagnose en het behandelplan vaak uitgebreider beschreef dan artsen zelf. Informatie over lichamelijk onderzoek, zoals een bloeddrukmeting of wond, kwam juist minder goed in het verslag terecht. De arts moet zulke waarnemingen daarom tijdens het consult hardop benoemen of het verslag achteraf aanvullen. Ook kunnen systemen fouten of verzonnen informatie produceren. Controle door de huisarts blijft dus noodzakelijk, al bestaat het risico dat die controle minder grondig wordt naarmate eerdere verslagen betrouwbaar bleken.
Volgens Digizo, een kennisplatform voor digitale zorg, verschillen het gebruik en de kwaliteit per praktijk. Huisartsen zetten de hulpmiddelen in bij ongeveer de helft tot 85 procent van hun consulten. Het platform beoordeelde verschillende toepassingen positief. Voor patiënten kan de technologie bovendien meer oogcontact tijdens het gesprek mogelijk maken, al kan een automatisch verslag nuances en non-verbale signalen missen die een arts normaal bewust selecteert.
De juridische status van de toepassingen is nog niet definitief duidelijk. Digizo stelt dat expliciete toestemming mogelijk niet nodig is wanneer geluidsopnamen niet worden bewaard en het verslag pas na controle in het dossier terechtkomt. De Autoriteit Persoonsgegevens onderschrijft die algemene conclusie echter niet. Volgens de toezichthouder hangt dat af van de gebruikte tool en de omstandigheden. Patiënten moeten vooraf helder worden geïnformeerd, het medisch beroepsgeheim moet worden beschermd en gegevens mogen alleen met een geldige grondslag onder de privacywet worden verwerkt. Vooral wanneer een externe hostingpartij toegang tot medische informatie heeft, kunnen aanvullende eisen gelden. De AP werkt nog aan richtlijnen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft tot dusver geen meldingen over incidenten met deze vorm van rapportage ontvangen.
De Oranjezomer: Victor Vlam kritisch tegen Dilan Yeşilgöz over VVD: 'Er gebeurt te weinig op jullie asielbeleid!'