AI-avatars in marketing en sales, moeten we dat willen?

zondag, 3 mei 2026 (13:57) - Frankwatching

In dit artikel:

Consumenten komen steeds vaker met AI in aanraking tijdens het aankoopproces: van AI-chatbots op websites en gepersonaliseerde productaanbevelingen in webshops tot de opkomst van realistische AI‑avatars die na een bestelling een eerste gesprek kunnen voeren. De auteur is positief over AI, maar gebruikt het vooral wanneer hij geen behoefte heeft aan menselijk contact; voor complexe of emotioneel beladen situaties blijft menselijke interactie gewenst.

De afgelopen jaren zijn AI‑avatars technisch sterk verbeterd: hun mimiek en stem klinken nu veel menselijker dan voorheen, waardoor de drempel om ze te gebruiken snel is gedaald. Tegelijkertijd roept het idee van een ongewenste digitale dubbelganger ongemak op. Het voorbeeld van publieke figuren met eigen avatars illustreert hoe realistisch dit al kan zijn, maar de auteur voelt zich niet prettig bij het ongevraagd krijgen van een avatar van zichzelf; liever ziet hij fictieve digitale personen in marketingtoepassingen.

Grote merken zetten avatars en digitale assistenten al in: klantenservice wordt voor een groot deel door AI overgenomen (voorbeeld: Klarna), en bedrijven als L’Oréal gebruiken virtuele adviseurs om consumenten te helpen bij productkeuzes. Voor sales bieden avatars praktische voordelen: ze kunnen eerste gesprekken voeren, eenvoudige vragen beantwoorden en beoordelen of een klant past bij het aanbod. Ook intern zijn ze nuttig — trainees kunnen oefenen met een avatar die directe feedback geeft, en interne communicatie kan aantrekkelijker en beter overdraagbaar worden via korte avatarvideo’s in plaats van lange mails.

Tegelijkertijd zijn er duidelijke nadelen. De ‘Uncanny Valley’ — het onbehagelijke gevoel wanneer iets bijna menselijk maar net niet helemaal echt overkomt — kan klanten afstoten. Er is ook een risico op misleiding: als een avatar te menselijk lijkt zonder dat duidelijk is dat het AI is, kan vertrouwen beschadigd worden. Daarom pleit de auteur voor openheid: bedrijven moeten transparant zijn over het gebruik van AI en chatbots duidelijk labelen.

Veiligheidszorgen zijn reëel. Spraakopnames kunnen worden gebruikt om stemmen te klonen, wat misbruik mogelijk maakt (bijvoorbeeld telefonische fraude richting familie of collega’s). Daarom zijn duidelijke regels, strikte databeveiliging en transparantie over hoe data worden beschermd noodzakelijk voordat avatars op grote schaal ingezet worden.

De kernboodschap is dat de juiste balans moet worden gevonden: AI‑avatars kunnen routinetaken overnemen, training en dienstverlening efficiënter en aantrekkelijker maken, maar mogen menselijke regie, empathie en verantwoordelijkheidsgevoel niet vervangen. Organisaties lopen het risico hun identiteit te verliezen wanneer alles geautomatiseerd wordt; juist menselijke betrokkenheid blijft het verschil maken in vertrouwen en relatieopbouw. Met slimme inzet, heldere veiligheidsregels en eerlijke communicatie kan AI marketing en sales weliswaar verrijken, maar niet volledig vervangen.