Afzetprijzen landbouw sterker afgenomen dan inkoopprijzen

vrijdag, 5 juni 2026 (06:30) - CBS

In dit artikel:

Boeren en tuinders in Nederland ontvingen in het eerste kwartaal van 2026 gemiddeld 10,2% minder voor hun producten dan een jaar eerder, meldt het CBS op basis van de Landbouwprijsindex (die sinds 2025 wordt gepubliceerd). Tegelijk zakten de kosten voor productiemiddelen (inputs) gemiddeld met 3,5%.

De daling in opbrengst was ongelijk verdeeld. Aardappelen troffen het zwaar: prijzen voor consumptie-, poot- en zetmeelaardappelen lagen 39,8% lager; consumptieaardappelen leverden akkerbouwers zelfs 62,4% minder op. Ook dierlijke producten (zoals melk en eieren) gaven ruim 21% minder opbrengst. Daartegenover stegen de prijzen voor handelsgewassen met 11,8%—gewassen die bestemd zijn voor industriële verwerkingen zoals suikerbieten en oliehoudende zaden—en versgroenten noteerden gemiddeld een plus van 5,4%, met enorme verschillen binnen die groep (aubergines +56,6%, kool -44,2%).

Aan de kostenzijde: meststoffen en grondverbeteraars waren 7,7% duurder, onderhoud van machines 4,9% hoger en veterinaire tarieven en andere diensten namen eveneens toe. Energie en smeermiddelen waren in het eerste kwartaal echter gemiddeld 14,2% goedkoper dan een jaar eerder (de daling betrof vooral verwarmingsbrandstof en geldt vóór het uitbreken van het Iranoorlog-conflict), terwijl motorbrandstoffen, relevant voor tractoren, juist 15,4% duurder waren.

Kortom: lagere productprijzen drukken de inkomsten, maar gemengde veranderingen in inputkosten maken de nettopositie per sector en bedrijfstype wisselend.