Afname brede welvaart door migratie?
In dit artikel:
Het CBS meet jaarlijks de brede welvaart in Nederland en constateert dat die sinds 2020 is gedaald, tegelijk met een verslechtering van de gezondheid van Nederlanders. De daling is het sterkst in sterk verstedelijkte gemeenten en in drie specifieke landelijke delen van het land: oost-Groningen en Drenthe, midden- en zuid-Limburg, en Zeeuws-Vlaanderen plus westelijk Noord‑Brabant. In deze rode en roze gebieden scoren inwoners gemiddeld slechter op materiële en sociale indicatoren dan in de blauw gemarkeerde gebieden met hoge brede welvaart.
Brede welvaart omvat zowel de kwaliteit van leven nu als de draagkracht voor volgende generaties. Regio’s met hoge scores bieden zowel nu als later meer kansen; gebieden met lage scores kennen het omgekeerde. Concreet blijkt in de lage-welvaartsgebieden het besteedbaar inkomen van huishoudens circa €4.000 lager te liggen dan in gebieden met hoge brede welvaart. De werkloosheid is er hoger en de arbeidsparticipatie ongeveer 5 procentpunt lager. Ook komen daar meer langdurige ziektes voor en is de algemene gezondheid slechter.
Kenmerken van de verstedelijkte (roze) gemeenten — doorgaans steden met minimaal 50.000 inwoners, zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Tilburg en Groningen — zijn onder meer: veel mensen met een lage sociaaleconomische status, meer huurwoningen en minder eigen woningen, hogere criminaliteitsregistratie, meer fijnstofuitstoot, meer geluidsoverlast en minder natuur. Deze stapeling van ongunstige indicatoren drukt de regionale brede welvaartscores.
Het artikel onderzoekt vervolgens of migratie hierbij een rol speelt. Het CBS heeft die specifieke vraag niet in het recente onderzoek beantwoord, maar bestaande CBS-data tonen wel samenhangen tussen brede welvaart, opleidingsniveau en migratieachtergrond. Grofweg hebben veel migrante groepen — vooral niet-westerse of buiten de EU geboren personen — gemiddeld een lager inkomen, minder vermogen, vaker een huurwoning en een lager opleidingsniveau. In steden is het aandeel inwoners met een migratieachtergrond veel hoger dan het landelijke gemiddelde van circa 27 procent: Amsterdam ongeveer 60%, Rotterdam 56%, Den Haag 55% en Utrecht rond 40%.
Door die concentratie kan de samenstelling van de bevolking bijdragen aan lagere regionale gemiddelden voor inkomen, vermogen, gezondheid en werkgelegenheid. Dat vormt een statistisch verband tussen hoge migrantenaantallen in bepaalde stedelijke en landelijke gebieden en de lagere brede welvaart daar. Belangrijk is echter het onderscheid tussen correlatie en causaliteit: lagere welvaartsmetingen kunnen mede veroorzaakt worden door uiteenlopende factoren — historische economische structuren, huisvestingsmarkt, verstedelijkingsdruk, leeftijdsopbouw en lokaal beleid — en niet uitsluitend door migratie.
De auteur concludeert dat er op basis van de beschikbare cijfers wel degelijk aanwijzingen zijn voor een relatie tussen concentraties van immigranten en lagere brede welvaart in die regio’s, maar dat het CBS dit onderwerp niet expliciet heeft uitgeplozen, mogelijk uit politieke terughoudendheid. Voor een gefundeerde beleidsreactie is nader, causale onderzoek nodig dat verschillende verklarende factoren onderscheidt en de maatschappelijke gevolgen zorgvuldig in kaart brengt.