AFM ziet ruimte voor verbetering bij aanvullende zorgverzekeringen
In dit artikel:
Ongeveer acht op de tien Nederlanders met een basisverzekering hebben ook een aanvullende zorgverzekering, bijvoorbeeld voor tandartszorg, fysiotherapie, brillen of alternatieve behandelingen. De Autoriteit Financiële Markten waarschuwt dat verzekeraars bij het maken en beoordelen van zulke polissen nog te weinig vanuit het klantbelang redeneren, vooral bij brede en ingewikkelde pakketten. Volgens de toezichthouder moet duidelijker worden gekeken of de inhoud van zo’n verzekering wel echt past bij wat de consument nodig heeft.
De kern van het probleem is dat aanvullende verzekeringen vaak aantrekkelijk ogen door het brede aanbod, maar dat verzekerden in de praktijk soms meebetalen aan vergoedingen die zij nooit gebruiken. Een relatief lage maandpremie kan op jaarbasis flink oplopen, terwijl de maximale vergoeding beperkt is. Wie bijvoorbeeld alleen af en toe tandartskosten heeft, kan goedkoper uit zijn door die kosten zelf te betalen in plaats van een pakket te nemen.
Daarom is het verstandig om elk jaar de premie af te zetten tegen de verwachte zorgkosten en ook te letten op voorwaarden, zoals gecontracteerde zorgverleners, vergoedingsmaxima en eventuele wachttijden of acceptatie-eisen. Zeker rond de overstapperiode in het najaar is het slim om bij te houden welke zorg je daadwerkelijk gebruikt. Zo kun je beter bepalen of je huidige aanvullende verzekering zinvol is, of juist te duur voor wat je ervoor terugkrijgt.
De Oranjezomer: Victor Vlam over het tv-mysterie rond Gordon: 'Dat is grootspraak van hem!'