Adviesraad: overheid belemmert verduurzaming van landbouw
In dit artikel:
De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) waarschuwt dat het Rijk zichzelf in de weg zit bij de verduurzaming van de landbouw door de manier waarop met landbouwgrond wordt omgegaan. Rli-voorzitter Jan Jacob van Dijk zegt dat beleid dat duurzaamheid zou moeten bevorderen in de praktijk vaak averechts werkt.
Als voorbeeld noemt de raad de uitkoopregelingen voor veehouders: boeren krijgen een subsidie om vee en bedrijf op te geven om stikstof te reduceren, maar houden meestal de grond. Die percelen worden vaak verpacht aan intensieve akkerbouw of bloemkwekers, waardoor de stikstofemissie wel daalt, maar gewasbeschermingsmiddelen toenemen — ook schadelijk voor natuur.
De Rli pleit voor een gericht onderscheid tussen twee typen landbouw: productielandbouw op bodemtypen die zich daar goed voor lenen (zoals de vruchtbare kleigronden van de Flevopolder) en maatschappelijke landbouw in kwetsbare gebieden (minder intensief, met ruimte voor natuur, recreatie, wonen en andere functies). Vanuit die gedachte noemt de raad het vreemd dat juist in Zeewolde kleigrond wordt gereserveerd voor een nieuwe kazerne.
Een belangrijke knelpunt is de hoge prijs van landbouwgrond. Door de hoge waarde moet grond veel opbrengst genereren, wat intensief gebruik stimuleert; daarnaast wordt grond vaak als belegging en pensioenopbouw gebruikt, waardoor investeringen in verduurzaming achterblijven. Omdat ruimte schaars is, beïnvloedt die prijs ook woningbouw, energieprojecten en natuurherstel.
Om meer sturing mogelijk te maken adviseert de Rli dat de overheid zelf grond aanschaft en dat subsidies en fiscale regels worden aangepast om de prijsopdrijvende werking te dempen en maatschappelijke landbouw te bevorderen. "Als de overheid grond bezit, kan het boeren met intensieve landbouwbedrijven bij kwetsbare natuurgebieden aanbieden om grond te ruilen," aldus Van Dijk.