Advies commissie-Asscher: maak Joodse roofkunst uit depots zichtbaar

woensdag, 22 april 2026 (12:02) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Bijna 4.000 kunstwerken en gebruiksvoorwerpen uit de zogenoemde NK-collectie die sinds de Tweede Wereldoorlog in depots liggen, moeten openbaar zichtbaar worden en onder beheer komen van de Joodse gemeenschap. Dat adviseert een commissie onder leiding van oud-minister Lodewijk Asscher aan ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het rapport werd vandaag gepresenteerd in het Nationaal Holocaustmuseum.

Het gaat om duizenden schilderijen, meubels, tapijten, serviezen en andere huishoudelijke voorwerpen die tijdens het naziregime uit Nederland naar Duitsland verdwenen — door roof, dwangverkoop of confiscatie. Na de oorlog keerde een groot deel terug en belandde in rijksdepots, maar van veel objecten is nooit vastgesteld wie de oorspronkelijke eigenaren waren. Omdat hele families zijn uitgeroeid, noemt de commissie deze stukken 'verweesd'.

De stukken liggen vooral opgeslagen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in Amersfoort en het Collectiecentrum van het Rijksmuseum. Asscher bezocht de depots en benadrukte de menselijke schaal van de collectie: het zijn alledaagse voorwerpen — een bestekset, een kleed — die persoonlijke verhalen en verlies belichamen.

De commissie stelt dat veel objecten nu in een niemandsland zitten en dringt aan op meer zichtbaarheid en context. In bestaande museumpresentaties ontbreekt vaak de uitleg dat objecten in de oorlog zijn gestolen; bezoekers weten niet wat 'NK-collectie' betekent. Daarom moet bij presentatie expliciet vermeld worden dat een object mogelijk van vermoorde Joodse eigenaren afkomstig is.

Het advies is om de collectie onder te brengen bij een onafhankelijke stichting namens de Joodse gemeenschap, met een verbod op verkoop en een mogelijkheid voor restitutie als erfgenamen zich melden. Het ministerie zou jaarlijks circa 400.000 euro beschikbaar moeten stellen. De stichting moet tentoonstellingen, educatieve programma’s en samenwerkingen met kunstenaars organiseren, en zo de collectie een levendige, maatschappelijke rol geven.

Centraal Joods Overleg (CJO), vertegenwoordigd door voorzitter Chanan Hertzberger, heeft ingezet op beheer door de Joodse gemeenschap en benadrukt dat de waarde van de stukken vooral moreel en educatief is, niet financieel. De commissie ziet ook ruimte voor confronterende presentatievormen — bijvoorbeeld performances of projecten die de alledaagse leegte tastbaar maken.

Het onderliggende doel is herdenken en waarschuwen: zichtbaar maken van deze 'verweesde' objecten helpt herinneren wat uitsluiting en onrecht doen met mensen en samenlevingen, en voorkomt dat de spullen langdurig onbenoemd en ongezien blijven.